Eerst even dit. Om kinderen lang 'zoet te houden' is de voorbereiding en het goed begrijpen van je kind zeker zo belangrijk als de spelletjes zelf. Je kunt het nog zo leuk maken, maar als het te warm is op de achterbank, of je kinderen dorst hebben of slaperig zijn, dan wordt het niet gezellig. Zorg dat iedereen uitgerust aan de reis begint. En natuurlijk om de twee uur flink wat beweging en frisse lucht.
Je zult je verbazen hoe leuk kinderen het vinden om naar verhalen te luisteren zodra die televisie niet meer binnen handbereik is. Als ze nog niet kunnen lezen zijn er verhalen op de band. Voor de rust is het aan te bevelen ieder kind een eigen walkman te geven (met voldoende batterijen).
Baby's vinden muziek heerlijk. Vanaf twee jaar zijn verhaaltjes met liedjes en geluiden erbij het leukst. Je kunt kinderbandjes in de bibliotheek halen, of ze kopen. Als je kind het liefst naar mama luistert kun je zelf een voorleesboek op een bandje inspreken, of in de auto voorlezen.
Naast bandjes kunnen kleuters vanaf een jaar of vier al wat aan boeken hebben. 'Zoekboeken' zijn dan het leukst. Dat kunnen boeken zijn met spelletjes erin als: 'wat zijn de verschillen tussen plaatje a en b' of 'zoek de weg van a naar b', maar vooral leuk zijn bijvoorbeeld de Wally-boeken: boeken met prachtige getekende platen vol krioelende figuren waartussen Wally en zijn vrienden gezocht moeten worden. Ze kunnen er uren naar turen.
Als je kinderen zelf kunnen lezen is dat natuurlijk mooi. Een nieuw (strip)boek voor de reis is dan een idee. Er is echter een kans dat ze misselijk worden van lezen op de achterbank. Ook voor deze leeftijd zijn er spannende boeken die op band zijn ingesproken. Informeer bij de (blinden) bibliotheek of spreek ze zelf in.
Muziek
Muziek is voor alle leeftijden. Neem de favoriete cassettes mee. Als je nieuwe kindermuziek hebt, geef die dan aan de kinderen een week vóór de vakantie, zodat ze in de auto al lekker mee kunnen zingen.
Je weet het van jezelf: van veel snoepen en eten wordt je vervelend. Geef daarom niet steeds toe aan de vraag om lekkers. Stel snoepen zo lang mogelijk uit. Als ze beginnen te vragen geef eerst fruit en biscuits, of soms gewoon niets, maar zeg dat het snoep komt nadat...je bijvoorbeeld de grens over bent, nog een keer getankt hebt, of na de middagmaaltijd.
Gebruik snoep om -wanneer iedereen helemaal gaar is- het nog een uurtje vol te houden.
Vanaf een jaar of vier weten kinderen graag waar ze aan toe zijn. Maak een globale kaart van de route die afgelegd wordt met daarop de stops en de leuke dingen onderweg, waar ze een klein cadeautje krijgen bijvoorbeeld, of een ijsje.
Kondig van tevoren aan wie er de volgende keer mag bestellen en betalen in het wegrestaurant, of wie het geld voor de tol mag geven.
Vraag bij verkeersbureaus van de landen waar je doorheen/naartoe reist om informatie over rustplaatsen/speeltuinen langs de autoweg. Plan je route zodanig dat je bij de leukste plekken stopt.
De allerkleinsten
Het zal je misschien verbazen, maar aan baby's heb je nog 'geen kind' in de auto. Er zijn uitzonderingen, maar de meeste baby's (tot 1 à 1 1/2 jaar) zijn heel tevreden, zolang de auto maar in beweging is en de favoriete knuffel niet ontbreekt. Zorg er wel voor dat het niet te warm is in de auto (bij voorkeur air conditioning), dat je baby niet in de zon ligt en geen honger, dorst of een vieze luier heeft. En natuurlijk moeten baby's er ook om de twee uur even uit om de benen te strekken en frisse lucht te happen. Verder liggen ze te kijken naar voorbijkomende schaduwen en voorwerpen en naar mama en papa. Of ze liggen gewoon lekker te pitten.
Als ze toch vervelend zijn kun je het volgende overwegen. Er is voor die kleintjes niets leukers dan 'bende maken' en als dit uren, zoniet dagen rust oplevert, dan is daar best wat voor te zeggen. Geef baby's (vanaf 1 jaar) 'fingerfood', kleine, lekkere eetbare spullen om mee te kliederen. Hiervoor lenen zich bijvoorbeeld allerlei ontbijtproducten: cornflakes, rice crispies, maar ook popcorn, soepstengels en peuterchips.
Als speelgoed spullen om mee te rammelen (sleutels) en rommelen, papier. En als ze heel graag scheuren neem je toch een oud telefoonboek mee!
Vanaf 1 1/2 jaar.
Een moeilijke leeftijd. Te klein voor spelletjes, te groot om zomaar tevreden te zijn. Speelgoed voor kinderen tot 3 jaar kan het beste zacht zijn (houdt er rekening mee dat ze ermee kunnen gaan gooien). Om het speelgoed bij de hand te hebben kun je zakken maken of kopen met allemaal vakjes waar de spullen in kunnen.
Er zijn goedgekeurde plankjes in de handel voor over het autostoeltje, wat weer een hoop speelgoed geschikt maakt voor in de auto. Op zo'n plankje is tekenen en kleuren nóg leuker, maar je kunt er ook op puzzelen, kleien, of met lego/duplo/playmobiel spelen.
Kleine speeltjes die je gemakkelijk mee kunt nemen -en bijvoorbeeld af en toe als cadeautje geven- zijn ballonnen, handpopjes, kleurboeken, verf, klei, potloden, balletjes, stickers en bellenblaas.
Toppers zijn nog altijd de plastic dierenplakfiguren voor op het raam, en een eigen stuurtje in de auto!
Vanaf 3 jaar.
Raad- en wedspelletjes, wie heeft ze niet gespeeld? En ze blijven heel goed werken, 'ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is....rood', of
'neem een kleur auto, wie ziet de meeste auto's in die kleur'.
Eigenlijk kun je de varianten zelf bedenken.
Tekenen en kleien is altijd leuk. Een grappige variant is om kinderen met afwasbare stiften (voor whiteboards) op de ramen te laten tekenen. Met een nat doekje erbij kunnen ze het zelf uitvegen en opnieuw beginnen.
Vanaf 4 jaar
Tellen en gemakkelijke woordenspelletjes worden nu leuk. 'Hoeveel paarden zie je voordat we bij de volgende stop zijn?' En 'kies een kleur en tel de auto's die je in die kleur ziet'. Wie bij de volgende stop de meeste auto's in zijn kleur heeft gezien, heeft gewonnen.
Eenvoudige woordpelletjes zijn 'wat zeg ik nu 'b..oo....m', 'boom!' Of wat zie ik daar p...aa....rd..'paard!' Rijmen kun je proberen, of zelf liedjes maken.
Tekenen. Laat tekeningen maken om straks het vakantiehuis/de tent mee te versieren.
Raden. Geef de kinderen iets in hun hand en laat ze blind raden wat het is.
Een spel dat tot grote hilariteit kan leiden is het volgende: beweeg je neus, maar zeg dat je je lippen aflikt. Je kind moet dan doen wat jij gezegd hebt (lippen aflikken) en niet wat je gedaan hebt. Dit om en om.
Vakantiedagboekje.
Geef de kinderen een eigen dagboekje, stiften, tijdschriften en folders van jullie vakantiebestemming. Laat ze een vakantiedagboek met plaatjes en tekeningen maken. Daar kunnen ook allerlei papiertjes in die je onderweg verzameld. De bonnetjes van het eten onderweg bijvoorbeeld, de folders die je bij wegrestaurants kunt krijgen en de papiertjes van alles wat ze onderweg eten.
Als kinderen eraan toe zijn (meestal vanaf 5 jaar), zijn elektronische spelletjes en de gameboy goed speelgoed om ze urenlang zoet te houden. Het 'ouderwetse' alternatief hiervoor: behendigheidsspelletjes met kleine balletjes, zijn natuurlijk net zo goed. Kijk wat je kind het leukste vindt.
Vanaf 6 jaar
Een groot aantal spelletjes beginnen leuk te worden vanaf een jaar of zes. Dan komt het competitie-element erin en is het dikke pret om te kijken wie het beste is in...
Onthouden:
'Wat heb je gezien'. Iemand bekijkt de auto goed, doet z'n ogen dicht en de anderen mogen ondervragen: wat is de kleur van het dashboard, hoeveel muziekbandjes liggen in het vakje, wat heeft mama aan?
Dat kun je ook spelen met een plaat uit een boek of tijdschrift natuurlijk: stonden er dieren op, welke? Hoeveel mensen heb je gezien?
Voelen:
Geef de kinderen geld in hun hand en laat ze blind zeggen wat het voor munten zijn. Daarna kunnen ze het optellen en zeggen hoeveel het bij elkaar is. (Als het goed is mogen ze er bij de volgende stops een ijsje van kopen).
Woorden:
Je kunt zelf eindeloos veel varianten bedenken. Een woord dat begint met een A, B etc. Een dier met een S. Een dier dat begint met de laatste letter van het vorige dier: tijger, rund, das, slang, enz..
Haal zoveel mogelijk kleinere woorden uit een hééél groot woord.
Een nog steeds geslaagde klassieker is 'je mag geen 'ja' en geen 'nee' zeggen'.
Tekenen:
Geef een tekenopdracht. Bijvoorbeeld, teken je ideale fantasie-auto, het kan niet gek genoeg zijn. Het mag een auto zijn die vliegt, of waar een speeltuin inzit, maakt niet uit. Of maak een tekening van de laatste droom die je hebt gehad.
Kaartlezen:
Geef je kinderen allemaal een kopie van een routekaart naar de vakantie met daarop de afstanden, de stops en wat er voor bijzonders langs de weg is. Laat hen af en toe uitrekenen hoeveel kilometer afgelegd is en hoeveel er (vandaag) nog volgt.
Meer praktische tips voor baby vakantie en kindervakantie op Kindervakantie Praktisch
Leuke vakantie met kinderen ervaringen in Nederland, Europa en daar buiten vind je op Bestemmingen Kindervakantie