Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Cuba, ...óók voor kids

Vroeg in de zondagavond, als het voor ons ‘voelt’ als midden in de nacht, worden we door de taxi in Havana afgezet bij Tristan Ruiz. Daar staan we dan in een snikhete kamer met groot aquarium en zwart-wit televi­sie. ­We drinken thee op de veranda met Tristan en Sandra en de kinderen sluiten meteen eeuwige vriend­schap met het hondje Jejo. Tristan is een advo­caat van rond de 40 jaar met een gezin. Met zijn vak verdiende hij te weinig om écht goed te eten. Nu dat hij een kamer aan toeristen verhuurt is zijn leven verbeterd. Om 10.00 uur liggen we in bed. Het lijkt of wij de enige airco kamer in het huis krijgen en we slapen heerlijk.

alt

Havana: schoonheid, verval en muziek

Van jetlag niets te merken als we de volgende ochtend door een zonnig Havana struinen. Mooie oude straatjes, gevels met okeren pleisterwerk en balkon­netjes. Wel is het vernis flinterdun; even buiten het opgeknapte centrum tref je absoluut verval. Voor het Capitool, het gigantische klassieke regeringsge­bouw, rijden vijftig jaar oude auto’s in min of meer perfecte staat heen en weer. De kinderen kijken hun ogen uit. Snoepkarretjes waar een half pakje kauw­gom en een paar pepermuntjes in de vitrine liggen, schoen­poetsers, pindaver­koopsters en op elke hoek een paardje om te aaien. De mensen zijn ontzettend hartelijk en lachen en zwaaien naar de kinderen. Zo lopen we twee dagen door de stad. Als we honger krijgen laten we ons door de muziek een eetcafé binnen­lokken. Tussen de middag is er overal muziek.

Elke dag zwemmen we een paar uurtjes. De chique hotels laten je tegen betaling graag aan hun pool liggen. De tweede middag duiken we na het zwemmen de beroemdste bar van Cuba in: de Bodega del Media, de bar waar de ‘mojito’ is uitge­vonden (o.a rum met muntbla­deren). De bodega druipt van de nostalgie. We nemen een mojito en de kinderen krijgen een cola aan de bar. Precies op de plek waar de beroemde schrijver Hemingway z’n handtekening heeft gezet. Hij woonde ooit om de hoek...

Na Havana nemen we een paar dagen ‘vrijaf’ in Varadero, een landtong vol hotels aan de zee. Een compleet andere wereld. Het is één groot feest onder de Cubaanse zon aan de azuurblauwe zee. In Varadero kun je van alles ondernemen, van catamaranzeilen tot diepzeeduiken. Maar het zwembad is voor die paar dagen interessant genoeg voor ons. Wel nemen we een paardenkarretje naar het Dolfinarium. En ineens zitten we helemaal tussen de Cubanen. De show is geweldig. Hoepels, meisjes die staand op een dolfijn worden voortge­trokken, ze hebben het allemaal. We hebben een gouden middag.

 

Paardrijden tussen kabouterbergen

Na drie dagen is het tijd voor meer van Cuba. We reizen vier uur naar Pinar del Rio, de bergachtige streek waar Cubaanse tabak groeit. Het tempo is hier nog lager dan in Havana, het leven nóg anders. We passeren een ossenwagen met rubberen banden, een man met een sigaar in zijn mond op de bok. Dan rijden we een glooiend groen dal binnen omzoomd door reusachtige, zwart-met-groene bergen in de vorm van kaboutermutsen. We vinden een huisje op een Cubaanse camping, de Campismo dos Herma­nos. Er is een natuur­zwem­bad en de ‘hermanos’ (broers) kunnen van alles regelen. David wilde van tevoren al in Cuba paardrijden en nu kan het dan eindelijk. We huren paarden van de boeren in de buurt en twee zoons, jongens van 7 en 10 jaar, springen bij David en Tiare achterop en mennen zo -zonder zelf een zadel te hebben - de paarden voor onze kinderen. We gaan voor een paar uur de heuvels in, door riviertjes, over weilanden en door bossen. De kinderen gillen het uit van de pret. Het is alsof ze zelf rijden en ze kunnen overal gaan en staan met het paard. Dit is hún grote avontuur.

 

Thuis bij tabaksboeren

Op weg naar Trinidad bezoeken we een sigarenfabriek in San Juan Y Martés. Het is moeilijk om er iets aan te beleven: de toeristen lopen in de rij langs de Cubaanse vrouwen en mannen die met gracieuze handen uit tabaksbladeren sigaren rollen en ons verveeld aankij­ken. Ze hebben te veel toeristen gezien. Leuker is het om een paar dagen later op weg naar Trinidad te stoppen bij een huis van tabaksboeren. We krijgen thee en tabaks­bladeren en wij delen koekjes uit. De koekjes gaan allemaal naar de driejarige Maria. dat zie je hier overal. De mensen zijn blij als ze hun kinderen af en toe iets kunnen geven. We nemen afscheid en beloven foto’s op te sturen.

Trinidad is prachtig. Pleintjes, golvende straatjes, opgeknapte huizen en overal muziek. Na ruim een week Cuba zijn de kinderen meer op muziek gaan letten. Tiare wil sambaballen en David een trommel. Zo hebben ze meteen een leuk souvenir. De laatste dagen logeren we in hotel Brisas del Mar in Trinidad. Mama en papa krijgen salsales bij het zwembad en de kinderen doen vrolijk mee, maar krabbetjes vangen op het strand vinden ze leuker.

En dan weer terug naar Havana. Op onze laatste dag bezoeken we de dierentuin. Het is een ouderwets park met immens hoge bomen; een financieel mijnenveld voor jonge ouders met suikerspin­nen, ballonnen, parasolletjes, speelgoed. Onder een boom worden goudvissen verkocht. De kinderen huppelen verwonderd door dit sprookjesbos en willen van alles het liefst de diere