Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Aitutaki, wild maar kindvriendelijk

Ruige boys en bloemen

Het vliegveld is niet meer dan een reep asfalt tussen gras, zand en bomen. Een kwartier na aankomst hobbelen we al in een jeep over stofwegen aan beide kanten omgeven door dicht gebladerte en overdadig bloeiende bomen. Reusachtige orchideeën verspreiden bedwelmend zoete geuren. Ruige boys met zwarte baarden stuiven op scooters voorbij. Ze zwaaien naar de kinderen. Vanaf de Cook Islands, een ontwikkeld tropisch eiland in de buurt van Nieuw-Zeeland, zijn we een paar dagen met de kinderen naar dit minder ontwikkelde eiland gegaan. Het is gemakkelijk een onderkomen te vinden op Aitutaki. In koloniale houten huizen uit de tijd van de Britse overheersing zijn eenvoudige hotels ingericht. De mensen zijn ontzettend vriendelijk. We hebben er een grote kamer met fans aan het plafond, een antieke parketvloer en een douche op de gang. De kinderen slapen op matrassen op de grond. Wakker worden hier is paradijselijk, met ontbijt op de veranda, terwijl de kinderen in de tuin vol bloemen rondscharrelen.

Postzegels als schilderijtjes

Elke dag gaan we een paar uur op stap. De afstanden zijn kort dus we zijn er zo. Een uitstapje naar het postkantoor voor postzegels is al een avontuur. De kinderen gillen van plezier als we weer in de open jeep door de bossen hobbelen. Op zoek naar een postkantoor passeren we drie keer de hoofdplaats Arutan­ga, voordat we in de gaten hebben dat dit een dorp moet zijn: een verzame­ling huizen rond een kruispunt. Het postkan­toor is lichtblauw geverfd. Binnen heerst een gezellige wanorde in het licht van tl-buizen. Onze binnenkomst zorgt voor beroe­ring. Een van de mannen zet zich toegewijd aan de verzorging van onze bestelling: 45 postzegels. Wel 10 keer worden ze nageteld, voordat we er 90 ontvangen. ‘Doet u maar de helft’. Het is even geduld hebben, maar je krijgt er postze­gels voor, zo groot en zo mooi als minia­tuurschilderijen; exclusief voor dit eiland gemaakt en nergens anders in de wereld verkrijgbaar. Tiare wil er eentje hebben, daar kunnen we niet onderuit.

Op een van de ochtenden, als we weer eens rondrijden, horen we prachtig gezang. Het is zondag en dit moet een kerk zijn. Veel van de inwoners van de Stille Zuidzee eilanden zijn katholiek. We gaan daar binnen en krijgen een plaatsje vooraan toegewezen. De kerk geurt naar bloemen. Mannen, vrouwen en kinderen zijn feestelijk wit gekleed en het gezang klinkt als dat van een engelenkoor. Tiare zit met open mond te kijken en luisteren. Ik hoor haar zachtje keelgeluidjes maken. Ze zingt ze mee, ze is betoverd. De komende dagen blijft ze zingen...

 

Een middeleeuws dorp

Ook brood kopen is een feest, want in de bakker- annex kruidenierswinkel staan de dozen met snoepjes tot aan het plafond opgestapeld. “Have you been to New Jerusalem ?”, vraagt de mollige kruideniersvrouw ons. New Jerusalem is een soort middel­eeuws dorp. De mensen leven er volgens de ‘free church’. Ze hebben hun geld bij een leidster ingele­verd en leven nu met en in de natuur. In de jeep hobbelen we door de bossen richting New Jerusalem. Bij een open plek aan zee staan wat bamboehutten met daken van palmbladeren. We worden enthousiast verwelkomd en meegenomen naar de ‘kookhut’. In de rook van houtvuur zijn 2 vrouwen de maaltijd voor het hele dorp, zo’n 35 mensen, aan het maken. De kinderen kijken hun ogen uit. Later zit ik met Anna, die 8 maanden zwanger is, op het strand. Voor de bevalling gaat ze naar het ziekenhuis. In die keuze wordt ze geluk­kig vrijge­laten. Langs de waterkant spelen kinderen met zelfgemaakt speel­goed: palmblade­ren en een stok op wieltjes van bamboe. Onze kinderen spelen mee alsof ze nooit anders gedaan hebben.

 

Een ander leven

De meeste avonden eten we bij de Crush-er’s Inn, een echte eilandtent: grote banken onder een afdak tussen de planten en bloemen. Om een uur of acht vallen de kinderen in hun buggy’s in slaap. Later tillen wij ze dan over in de taxi en zo hun bed in. Op deze leeftijd gaat dat nog. In een hoek van de Cruhers Inn staan altijd muziekinstrumenten klaar. “Meestal is er een band en anders spelen de gasten wanneer ze daar zin in hebben”, vertelt eigenares Lesley. 6 Jaar heeft het haar gekost om een beetje door de bevol­king geaccepteerd te worden. “Nu zou ik wel weer een tijd weg willen. Reizen met m’n man. We moeten iemand vinden die de Crusher’s Inn wil overne­men”. Het idee: een leven in de semi-wildernis hier. Dat geeft ons iets moois om over te fantaseren terwijl we terug rijden naar ons onderkomen voor die nacht. ‘Eigenaar van de Crusher’s Inn’: dagen gevuld met zon, eten koken en gasten ontvangen, zolang de kinderen nog niet naar school hoeven.  Het kan.