Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Love Canada

Op het strand in Vancouver zitten families te picknicken. Onze kinderen hebben vriendjes gemaakt. ‘You want to play? ‘ David van vijf en Tiare van drie hadden niet lang nodig om dat zinnetje te onthouden. Ze spelen op aangespoeld drijfhout en in de speeltuin. Zo ziet een doorsnee strand in Canada eruit: zonder kiosken, zonder stoelenverhuur, vol aangespoelde boomstammen en heerlijk ouderwets. Dat is de eerste dag na aankomst, even bijkomen voordat de tocht echt gaat beginnen.

Vier weken Canada, bijna te veel om op te schrijven: twee weken West- en twee weken Oost-, per auto van plaats naar plaats, van hoogtepunt naar hoogtepunt. Vanuit Vancouver bezoeken we Galiano eiland en komen langs kleine jachthavens en villa’s in de bossen. Op een wandeling ‘s middags ontdekken we struiken die zwaar zijn van de donkerpaarse bramen. De kinderen houden een wedstrijdje wie de meeste bramen kan plukken. Driftwood Village waar we slapen blijkt meteen een van de meest romantische verblijfplaatsen van de reis. We badmintonnen in de bloementuin en proberen de eekhoorntjes te voeren. ‘s Avonds als alle bramen op zijn en de kinderen met rode lipjes in slaap zijn gevallen, liggen Frank en ik tot diep in de nacht naar de sterren te kijken vanuit het gloeiend hete bubbelbad in de tuin.

 

Van walvissen kijken word je stil..

Op Vancouver Island kun je niet om het zeeleven heen. Als we stoppen aan de waterkant ziet David ze het eerst: “zeehonden!” Vlak voor onze neus ligt een hele kudde grijsbruine zeehonden als zandzakken te luieren op een steigertje. De kinderen proberen met ze te praten: ‘oink, oink’ nog dagenlang hebben ze samen’oink-gesprekken’. Terwijl we de kinderen vertellen over de walvissen die hier de zeeën bevolken krijgen we een idee. Zou je ook met peuters mee mogen op ‘whale watching’? Natuurlijk, Victoria Marine Adventure in Victoria, de hoofdstad van Vancouver Island, heeft zelfs knaloranje minipakken beschikbaar voor tijdens de frisse boottocht. Het gaat meteen op volle snelheid richting Amerikaanse grens. Terwijl wij naar lucht zitten te happen joelen de kinderen het uit: ‘joepie wat gaan we hard, cooooool!’. Na een lange, wilde bootrit liggen we ineens stil. Het is eind van de middag. De lage zon zet de bruingele kust in een geeloranje licht, dat afsteekt tegen de ijsblauwe waas die boven het gladde wateroppervlak hangt. De zee is van vloeibaar tin. Dan doorbreken hoge tonen de stilte: onze kapitein heeft ‘orkamuziek’ opgezet. De kinderen zijn wonderlijk rustig. Ze voelen het mysterie. Alsof ze de hoofdrol hebben in een esoterisch waterballet snijden de orka’s door het wateroppervlak omhoog. Hun zwart-witte lijven glanzen in het laatste zonlicht. ‘Kom nog even walvisje’, roept David ‘en daar zijn ze weer, dansend op de muziek. ‘David triomfeert, die walvis heeft me verstaan, pap!’. De terugweg valt niet mee in de kou en de wind. Maar David en Tiare zijn een orkadiploma rijker.

 

Een doolhof van maïs

De tweede week toeren we in de Okanagan Valley ten oosten van Vancouver. Heuvels vol wijnranken liggen te stoven in de zon. Het is bloedheet, dus stoppen we elke dag wel een paar uur bij een meer om te zwemmen. In Osoyos is het perzikentijd. ‘Kom en pluk je eigen perziken’, roepen bordjes langs de weg. Doen! We remmen af en even later lopen we met mandjes door de boomgaard. ‘Mogen wij ook een perzikenboom in de tuin mam?’ Zo breng je van alles mee van een vakantie.

In Penticton staan, vanwege een festival, op een veldje aan het meer echte indianententen opgesteld. David is meteen in de weer met pijl en boog. Met Tiare moeten we spelen dat we slapen in de tent. Aan de haven van Kelowna botsen we op het leukste ‘waterpark’ van de wereld. Je ziet ze hier in Canada wel meer: reusachtige speeltuinen met alleen maar watertoestellen: glijbanen, brandspuiten, kranen, wielen en beesten die water spugen. Tiare houdt niet op met gillen van de pret. Wij liggen in het gras te zonnen en kijken toe. Onderweg krijgen we heel wat van de indianencultuur mee die verbonden is met dit land. Totempalen kom je overal tegen en in Duncan bezoeken we Cowichan Native Village, een cultureel centrum. We zien tenten en  ceremoniehuizen en leren dat Indianen van alle dingen (dieren, natuur) geloven dat het ooit mensen zijn geweest. Dan verruilen we indianenland voor Oost-Canada, al weer een stukje dichter bij huis.

So hip it hurts

Midden in de nacht komen we aan in Toronto. Als we de volgende ochtend (middag) de gordijnen openschuiven kijken we in een gigantisch baseballstadion waar de Blue Jays, een van de beroemdste baseballploegen van Canada, een thuiswedstrijd spelen. We hebben een kamer in het Skydome Hotel, en kunnen vanachter ons grote raam de wedstrijd volgen. Toronto is een hippe stad. Het leukst is de multiculturele wijk rond  Kensington Market en Queensstreet waar de winkels namen hebben als ‘so hip it hurts’. Tiare mag er de hipste jurk van haar leven uitzoeken.

Het blijft maar mooi weer. Montreal de stad van Cirque du Soleil heeft een heleboel leuke activiteiten voor kinderen, maar het is te warm en we zwemmen in de fontein op Place Saint Louis terwijl Frank en ik om de beurt de trendy Rue Saint Denis aflopen en de Europese sfeer opsnuiven waar Montreal bekend om staat. Ook in Quebec is het lekker warm. Maar hier is het museum zo leuk dat we toch een paar uur ‘ondergronds’ gaan: de kelder van het Musee de la Civilisation is een grote verkleedkamer waar kinderen zich als circusartiest kunnen verkleden. De mooiste pakken voor tijgers, olifanten, dompteurs, goochelaars, clowns en circusdirecteuren hangen er in alle kindermaten. We spelen, zingen en springen totdat we erbij neervallen.

De laatste paar dagen van deze ongelofelijk mooie, zonovergoten reis blijven we in Algonquin National Park, of eigenlijk in de Pow Wow Point Lodge, vlak buiten het park. Een paar ochtenden rijden we Algonquin Park binnen. David en Tiare zitten gespannen achterin te turen naar elanden, de grootste rendieren ter wereld. Helaas, we weten dat ze er zijn, maar...ze waren even aan het slapen. Eén middag gaan we kanoën in het park. David en Tiare verbeelden zich dat ze indianen zijn die ‘de grote rivier’ moeten oversteken. We picknicken onderweg op een klein eilandje. Dat was leuk voor een halve dag, maar langer hoeft niet van onze koters.

De laatste twee dagen blijven we alleen maar in de betoverende wereld bij onze lodge. Het is een houten villa met groot terras en houten boothuizen aan de kant van het meer. Als je zin hebt pak je een boot, peddels en zwemvesten. Elke familie heeft een cottage met veranda. ‘s Ochtends met z’n allen vissen in het nog mistige zonnetje op de houten steiger.. ‘s Middags gaan papa en mama (proberen te) waterskiën. De kinderen spetteren de hele dag in het ondiepe meer en dobberen op de grote surfboards die klaarliggen voor wie er wil. ‘s Avonds als de kinderen slapen eten wij op het terras met uitzicht op het meer. Het is nu september. De dagen zijn heet, maar ‘s ochtends en ‘s avonds voel je de frisheid en de stilte van de naderende herfst. Het was een drukke, zonovergoten reis en toch zullen deze momenten ons het meest bijblijven: de stilte en alomtegenwoordige aanwezigheid van de Canadese natuur.

Onze route: West-Canada, twee weken:

Vancouver - Galiano Island- Vancouver Island - Victoria - Vancouver - Osoyos - Penticton - Kelowna - Vancouver. Dan vliegen van west naar oost. Oost-Canada, twee weken:

Toronto - Montral - Quebec - Ottawa - Algonquin National Park - Toronto.