| Ouders vertellen: Braziliaans Dagboek |
Een maandag in meiWat we onszelf beloofd hadden níét te doen (met iemand meegaan), gebeurt meteen bij aankomst in Brazilië. Op het vliegveld van Iguazú worden we aangesproken door een alleraardigst meisje dat ons mee wil nemen naar ‘de leukste jeugdherberg van Zuid-Amerika’. Het klinkt zo goed en ze kijkt zo rustig uit haar ogen dat we meegaan. We krijgen er geen spijt van. Een uurtje later liggen we in het zwembad, om daarna op te drogen in de hangmatten die tussen de palmbomen hangen. Het is eindeloos hier. De familiekamers zijn simpel en goedkoop, net als het dinerbuffet. En – een hoogtepunt- elke avond is er een voetbalwedstrijd van papa’s en zoons op een verlicht voetbalveld. Hoewel het volgens onze tijd 9 uur later is leggen we de kinderen pas om 6 uur ’s avonds in bed. Geen slaapjes tussendoor. Zo komen ze het snelst in hun ritme . Dinsdag, woensdagGisteren uitgerust en vandaag naar de watervallen van Iguazú, waarvoor we naar deze westelijke uithoek van Brazilië zijn gekomen. Iguazú (één van de grootste watervallen ter wereld) is overweldigend. De duizelingwekkende hoeveelheid water die door de bossen en over de rotsen brullend de diepte in raast maakt ons nederig tegenover de kracht van de natuur. Terwijl we zittend op een stoepje op de bus terug wachten worden de appeltjes voor de terugweg uit mijn tas gestolen door een stelletje neusberen. De kinderen vinden het prachtig. Dát blijkt later hun beste herinnering aan Iguazú.DonderdagOp onze binnenlandse voordeelpas vliegen we naar Bahia, ‘het Afrika van Zuid-Amerika’. Het is een plons in de tropen. In de brokkelige straten van de hoofdstad Salvador houdt te muziek nooit op. Overal is actie; dikke negerinnen verkopen maïsmeel en Afrikaanse vleeshappen. We vinden een geweldig onderkomen, Pousada do Boqueirao, gerund door een Française die 20 jaar geleden met haar dochtertje van 1 jaar door Zuid-Amerika reisde tot zij hier terechtkwam. ’s Avonds staan we met z’n allen op het balkon van onze kamer te kijken naar het straatleven: voetballende jongens, rondhangende mannen in hemd en vrouwen die op hun stoepje zitten te praten.
Wat een swingende kinderen hebben wij!
VrijdagNa ontbijt op het balkon met uitzicht op de baai, lopen we Pelourinho in, het centrum van de bovenstad. Grote pleinen, smalle straatjes, in pasteltinten geschilderde kerken en kolo-niale Portugese gebouwen. Je kunt de hele dag eten hier en vrijwel niets uitgeven. Tegen de avond barsten de drums los. De muziek krijgt David te pakken. Met ontbloot bovenlijf staat hij tot tien uur ’s avonds te swingen op straat alsof zijn leven ervan afhangt. “Mama, ik wil thuis ook een trommel!”. En daarna mag papa hem naar huis dragen.
Zaterdag, zondagOp en neer naar het eiland Itaparica voor de kust van Salvador de Bahia. Op zoek naar het mooiste strand belanden we op Ponta de Areira, met gezellige strandtenten en hele families die picknicken in het zand. Of we erbij komen zitten. De kinderen genieten van de wirwar van gepraat, gelach en gezang. Tiare begint rond te rennen en met haar buik te draaien. We krijgen buitengewoon swingende kinderen zo.
Zondag, maandag
Opnieuw ’s ochtends vroeg in de bus. Nu naar Cachoeira. In Cachoeira worden we de eerste uren vergezeld door Fernando, een jongen van 12. Hij woont op straat, zegt hij, en wil graag onze gids zijn. Als we het woord voetbal laten vallen trommelt Fernando binnen 3 minuten 6 vriendjes op en moeten David en papa de uitdaging aangaan. David is verrukt, een échte wedstrijd! Dan gaan we elk onze eigen weg nadat Fernando ons naar het onderkomen voor vannacht heeft gebracht: Pousada do Convento de Cachoeira, een gerenoveerd klooster uit de 16de eeuw. ’s Avonds als de kinderen slapen eten wij op de binnenplaats van het klooster onder de sterrenhemel. De babyfoon is overbodig want we kijken uit op de open ramen van onze slaapkamer.
Je kunt ook opgroeien in een favella
Dinsdag
Nu moet het er toch van komen, naar Rio de Janeiro, een stad die haar reputatie niet mee heeft. Vanaf het vliegveld nemen we de toeristenbus naar de Copacabana, dat klinkt tenminste vertrouwd. En zo ziet het er ook uit. Lange stranden, boulevard met winkels en terrassen en daarachter lommerrijke straten met fruitstalletjes, barretjes en mama- en papawinkels. We vinden zowaar een betaalbare hotelkamer op 100 meter van het strand. Met kleintjes erbij kun je nog eens wat afdingen. Toch kun je ook in deze luxe wijk niet om de harde werkelijkheid van Rio heen. Op het trottoir tussen ons hotel en het strand wonen zwerfkinderen. Ze worden door de politie gedoogd die hier op elke hoek van de straat op de uitkijk staat. Onze kinderen accepteren gewoon dat andere kinderen kennelijk op straat wonen. Ze vinden het niet zielig. Ze beseffen nog niet wat dat betekent.
Woensdag, donderdagNatuurlijk gaan we het suikerbrood bekijken en Corcovado, het gigantische Jezusbeeld dat op een heuveltop van 710 meter hoog boven Rio uittorent. En we zitten dagelijks een paar uur op het strand. Het hoogtepunt is echter een bezoek aan een sloppenwijk. We hebben ervan gehoord van bevriende reizigers. Marcelo Armstrong, een blonde Braziliaan, besloot na 10 jaar werken in het toerisme zijn eigen bedrijf te gaan beginnen: toeristenexcursies naar een favella. De ‘baas’ van Rocinha, een van de 550 favella’s, juichte het plan toe en beloofde veilige excursies.We lopen er door stegen, aarden paadjes en spleten tussen de huizen. Overal spelen kinderen. Rondom een deur die dienstdoet als pingpongtafel vindt een verwoedde tafeltenniscompetitie plaats. Er hangt van alles boven onze hoofden: kinderen uit de ramen, vogelkooien aan elektriciteitsdraden. Je elektriciteit moet je hier gewoon aftappen van zo’n kluwen draden. Elke vierkante centimeter is bedekt. Ik mag bij iemand thuis naar het toilet en het ziet er heel normaal uit. Zelfs het kinderspeelgoed is hetzelfde als bij ons. Behalve dat je hier overal op blinde muren uitkijkt. De kinderen zien niet zo veel vreemds aan deze wijk. Ze willen vooral spelen met al die andere kinderen. Zo kun je dus ook opgroeien en leven.
Vrijdag, zaterdag
Tijd om terug naar huis te gaan. We hebben even mogen ruiken aan een heel ander deel van de wereld. Thuis is het weer even schakelen voor de kinderen. Dat blijkt als David de eerste ochtend vraagt: “gaan we nog voetballen op het strand pap?”. |