Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: ‘Azië op een zakdoek’ Sri Lanka

Van tevoren hebben ze er veel zin in. Het idee van een verre reis inspireert Tiare tot een dagboek. In het vliegtuig begint ze al te schrijven. “Misschien word ik ook reisartikel”, zegt ze. Zo noemt ze mijn baan als reisjournaliste.

Wanneer we er eenmaal zijn staan we verbaasd over de ontspannen houding van de kinderen. Ze zijn helemaal niet van hun stuk gebracht door die andere wereld. Ze accepteren dat het hier anders gaat. Dat de markt in Colombo, de hoofdstad, héél druk is, dat er bedelaars zijn, dat de straten gaten vertonen en dat iedereen hen over hun bolletjes wil aaien. Alleen dat ijsjes moeilijk te vinden zijn; dáár willen ze zich niet bij neerleggen. Het speuren naar een vrieskist wordt een hobby.

 

alt

“Ik zag een stier en er zat géén hekje omheen!”

Als we een auto gaan huren blijkt dat we voor bijna hetzelfde geld een auto mét chauffeur hebben. Dat is gemakkelijker én leuker ook om het land te zien door de ogen van een inwoner. Sri Lanka is een compact land. Je hoeft niet ver te reizen van oude koningssteden naar boeddhistische tempels, van wildparken naar koloniale architectuur. Vanwege het langzame verkeer zitten we wel soms uren in de auto. In de zon ziet alles langs de weg er prachtig uit. Zwaaiende schoolkinderen, bananen- en koffie-plantages, kraampjes met stapels papaja’s en watermeloenen, maar ook hutten van lappen en palmbladeren waar kinderen spelen en moeders

koken. We genieten van de opgewonden uitroepen van de kinderen, bijvoorbeeld als ze vee langs de weg zien grazen:  ”mama, ik zag een stier en er zat geen hekje omheen!”.

Verder vinden de kinderen het heerlijk om uren achtereen in de muziek van hun walkmans te verdwijnen.

Olifantenweeshuis

Onze eerste stop is het olifantenweeshuis van Pinnawela. We arriveren tijdens het ochtendbad. In een rode modderrivier staan wel 60 olifanten te badderen en te sproeien. Sommige ondeugende jonkies proberen de bomen op de oevers uit de grond te trekken en krijgen daarvoor een paar flinke tikken van de verzorgers. “Dat is zielig!”. De kinderen zijn het er niet mee eens, maar de olifantjes worden toch echt goed verzorgd hier en als ze zelfstandig kunnen leven gaan ze de ‘vrije’ natuur van een wildpark in.

Nu en dan stoppen we om een boeddhistische tempel te bekijken. Het boeddhisme is altijd de grootste levensovertuiging op Sri Lanka geweest. De tempelgrot van Dambulla is een van de beroemdste met prachtige rotsfresco’s. We doen ‘wie de meeste afbeeldingen van Boeddha kan tellen’. Naast Dambulla zit de grootste zittende boeddha van het land uit te kijken over het palmenlandschap. Heel indrukwekkend, zo’n gouden reus.

Telkens zijn we weer verbaasd over de rust en vriendelijkheid van de mensen in dit land, zelfs in de steden. Kandy, de voorlaatste hoofdstad van Sri Lanka, is een verzameling winkeltjes, restaurants, barretjes en ambachtsmannen rondom het Kandymeer. In de Dalada Maligawa, de Tempel van de Tand aan de kop van het meer, ligt de grootste relikwie van het land: een heilige tand van Boeddha. Een constante rij aanbidders van Boeddha dient zich aan bij de ingang. Je kunt er bloemen voor boeddha kopen. Ook wij kopen handenvol jasmijn en prachtige grote lotusbloemen. Als we de tempel ingaan lopen we over een tapijt van bloemen. “Wat ruikt het hier lekker!” Het is een rijke tempel die haar schatten, talloze mooie boeddhabeelden én de tand, achter glas bewaard.

Met witte handschoenen bediend

Op weg de bergen in naar Nuwara Eliya, de vroegere zetel van de Britse overheersers, belanden we tussen de theeplantages. Van verre zie je de theepluksters al als kleurige werkmieren op de groene hellingen staan. Op de theeplantages zijn we welkom. In de fabriek zien we het hele proces van malen, zeven, fermenteren en roosteren. Met een geurig kopje thee op een prachtig terras uitkijkend over het landschap sluiten we het bezoek af.

“Mama, ga eens vragen wanneer de zee open gaat!”

Het hooggelegen, koele Nuwara Eliya is een uitgestrekt parkstadje waar koloniale Britse architectuur de oude glorie tot de dag van vandaag doet voortleven. Het is er heerlijk om te wandelen tussen de overdaad aan bloemen en natuur. De paardenracebaan wordt nu als sportveld gebruikt (gokken is inmiddels verboden), maar de Britse cultuur leeft onder meer voort in de ‘Hill Club’, gevestigd in wit landhuis met vakwerk en rieten dak. Je moet lid zijn van de club om er te mogen dineren, maar je kunt ook voor één dag lid worden; zelfs de kinderen mogen mee. En zo drinken we wat in de lederen fauteuils van de bibliotheek, terwijl de kinderen in Donald Duckjes bladeren. Daarna gaan we aan tafel omgeven door tientallen witbehandschoende bedienden en drinken koffie bij de open haard in de lady’s lounge. En hier hebben ze wél ijs. Hoeraah!

We sluiten de reis af met een paar dagen hotel aan het strand in het zuiden van het land. Elke ochtend staat Tiare al om 7 uur te trappelen voor het hekje dat het hotel van het strand scheidt. “Mama, ga eens vragen wanneer de zee opengaat!”. Zo eenvoudig is het leven voor kinderen; óók in Sri Lanka. De zee gaat open en dicht. De zon gaat aan en uit en in de tussentijd is de wereld een kleurrijk speelterrein  vol aardige mensen.