| Ouders vertellen: Het leven is feest op Bali |
|
Regentijd in Seminyak; bakken water uit de lucht en overal overstromingen. De eerste paar dagen lopen we er nat en vertwijfeld rond. Hebben we er goed aan gedaan nú naar Bali te gaan? Maar als na 3 dagen de zon doorbreekt zijn we de nattigheid op slag vergeten en kruipen we als wormen uit onze Balinese holletjes. De kleine Helena is verrukt van alle gekleurde bloemen en wil ze allemaal plukken. Feline is vooral onder de indruk van de vele winkeltjes met sierraden. En David roept enthousiast: “Ik kwam net een jongen tegen die ik ken van de hockey.” Tja, zo heeft ieder zijn eigen interessegebied…
Het eten is lekker!!! Bali heeft gitzwarte en goudgele stranden. De zee is parelgrijs en er rijzen hoge zilverwitte golven uit op. Het water voelt aangenaam warm, maar (en hier komt ie): bij de meeste stranden is de zee super gevaarlijk! De onderstroom sleurt je zo kilometers uit de kust en je zou niet de eerste toerist zijn die er verdrinkt. De kinderen balen, maar als ze de vlaggen met doodshoofden zien, houden ze op met zeuren. Alleen Helena blijft schreeuwen: ‘See! Ik wil naar see!’ Geen probleem. Er is een strand waar je wel lekker in zee kunt: Nusa Dua. En al gauw komen we er achter dat het bij talloze chique hotels heerlijk lunchen is (en niet duur) en dat je dan ook nog met z’n allen het zwembad in mag. Zo zwemmen we in het prachtige Hyatt Hotel waar zelfs ‘rivieren’ en rotsformaties aangelegd zijn. Eten is absoluut geen probleem voor kinderen op Bali. Ze vinden het lokale eten super lekker, zolang je maar van tevoren vraagt of het niet ‘pedis’ (heet) is. Maar als we een avond eens wat anders nemen voor Helena dan satéh, haar lievelingseten, zijn we dat even vergeten te vragen. Met haar handje voor haar mond wapperend roept ze: ‘Aah, heet, héét!’ Gelukkig komt de aardige bediening meteen met een ijsje voor haar aangerend. Als er even later Balinese danseressen komen optreden, is ze het helemaal vergeten. ‘Mooi dansen, plachtig,’ roept ze uit terwijl ze in haar kleine handjes klapt.
Mama, mag Helena aap hebben? We wisselen strand en zee af met tochtjes in het binnenland. Iets dat we niet mogen overslaan is de apentempel. Om eerlijk te zijn zie ik het niet zitten met die boos kijkende beesten, maar de kinderen zijn heel wat stoerder. Zelfs Helena durft dichter bij ze te komen dan ik. Als ze een baby aapje ziet, zet ze haar liefste gezichtje op en vraagt: “Mama, mag Helena aap hebben?” We maken prachtige tochten langs begroeide vulkaanruggen en lichtgroene rijstvelden. Op een van de dagen zien we de beroemde wasa’s, de rijstvelden die trapsgewijs de heuvels bedekken. Het ziet er zo onwaarschijnlijk mooi uit dat je gaat denken dat de wasa’s speciaal voor de toeristen zijn aangelegd. Maar als je goed kijkt zie je dat er toch echt gewoon mensen hard aan het werk zijn op de rijstterrassen. Ook bezoeken we de Ula Watu tempel, die boven op een klif is gebouwd waardoor het uitzicht adembenemend is. Misschien drukken Feline’s woorden het nog het beste uit: “Mama, het lijkt hier wel een sprookje.” Natuurlijk komen er veel toeristen op Bali, maar als je door de dorpjes rijdt, zie je dat het leven hier de afgelopen 50 jaar niet veel veranderd is. Nog altijd leven de mensen in hun kleine woongemeenschappen en doen hun werk op het land. Nog altijd maken ze de kleine offertjes met bloemen, koekjes en wierook, gaan ze naar de tempel voor de verschillende ceremonies en laten ze hanen met elkaar vechten. Wie wil er een python om zijn nek?! Na zo’n tocht langs eenvoudige dorpjes zitten we even later weer in een chique hotel, zoals het tophotel van Bali in de buurt van Ubud, het Alila hotel. Hier duiken de kinderen in het meest gefotografeerde zwembad van Bali. Feline vraagt: “Mama, hoe kunnen ze dat nou weten, ze kunnen toch niet bij die mensen thuis in de computers kijken?” Waarop David zegt: “Ja duh, de bediening ziet toch wanneer ze een foto nemen.” Een van de hoogtepunten is een bezoek aan de dierentuin. De kinderen mogen heel veel dieren aaien zoals een reuzenleguaan, een schildpad, een baby bambi-hertje en een papegaai. Maar het beste komt als we de dierentuin verlaten. Twee verzorgers komen net met een babyleeuwtje aanzetten. David kijkt verlangend naar het diertje en voor hij het in de gaten heeft wordt het beest in zijn armen gedrukt. En dat is nog niet alles. Later op de dag bij de Tanah Lot tempel krijgen David en Feline ook nog een enorme python om hun nek. Het allergrootste kinderfeest bewaren we voor het laatst: Waterbomb, een Balinese versie van een waterglijbanenpark. Dat dit Bali is en niet Europa zie je alleen aan de grond die bezaait is met bloemen die vers van de bomen zijn gevallen. Ja, waar je ook heen gaat Bali is mooier, schoner, vriendelijker en lekkerder dan welk zonnig oord ook. En thuis voel ik elke dag met Helena mee als ze haar liefste gezichtje opzet en vraagt: “Mama, mag ik in vliegtuig, naar Bali?” |