| Ouders vertellen: ‘Backpacken’ met kleintjes |
|
Na dertien uur vliegen en een nachtje bijkomen zitten we met Merlijn (4) en Keri (1) op een zondag in november in de dierentuin van Singapore. Zo acclimatiseren we in het ‘moderne’ Azië, voordat we per trein Maleisië binnengaan. Maleisië is ongelooflijk groen en tropisch. We zien koele bergnederzettingen, steden vol kronkelende Chinese steegjes, tropische eilandjes met haast verlaten stranden en de hypermoderne architectuur van de hoofdstad Kuala Lumpur. De bevolking is al even bijzonder en kleurrijk als het land zelf. Er wonen Maleisische moslims, Chinezen en migranten uit India. Het eetaanbod is daarmee ook gevarieerd en overheerlijk. Onze kinderen vallen vooral voor het Indiase eten: roti’s – een soort pannenkoeken met hartig of zoet beleg – worden favoriet. Keri verrast ons door ook pittig gekruide rijst en noedels mee te eten. Kindvriendelijk is Maleisië ook. Vrijwel elk dorpje of stadje van betekenis heeft zijn eigen speeltuintje in redelijke tot goede staat. In Kuala Lumpur zijn de kinderen door het dolle als ze de enorme speeltuin ontdekken aan de voet van de Petronas Towers, het hoogste gebouw ter wereld. De pret is compleet als er ook nog een gratis toegankelijk ‘pootje-baad-zwembad’ blijkt te zijn. Afkoelen! We blijven steeds een paar nachten op dezelfde plek. En dan gaat het weer verder: rugzakken op, Keri in de buggy en Merlijn op het plankje erachter. Merlijn heeft zijn eigen rugzakje met zijn walkman en wat speelgoed. Onze rugzakken zijn vooral gevuld met klamboes en zwemvestjes. Voor veel kleding is geen ruimte maar in de hitte heb je toch niet veel nodig. Zó zijn we mobiel en komen we overal. Reizen per trein, bus of boot bevalt ons allemaal prima in dit deel van de wereld. En niet alleen omdat het spotgoedkoop en behoorlijk comfortabel is. De tochten voeren door de mooiste landschappen vol ‘lantarenpalmpalen’ (palmbomen), kleine dorpjes en eindeloos veel moskeeën en tempels. Bovendien zitten we in het openbaar vervoer tussen de bevolking en die zijn gewéldig leuk met kinderen. ”Kijk mam, lantarenpalmpalen” Merlijn heeft altijd zijn klei paraat en in een Maleisische trein kleit de conducteur met hem de mooiste fantasiebeesten. Een held van 4 jaar Per sampan – een smalle, langwerpige boot – vertrekken we naar Taman Negara, een van de oudste jungles ter wereld. Het is al bijna donker als we aankomen. Overal om ons heen zijn junglegeluiden. Als we uitstappen zien we enorme hagedissen wegschieten en fladdert er een grote, knalgele vlinder voorbij. Wat een betoverende aankomst! We slapen heerlijk in onze houten hutjes. ‘s Nachts word ik wakker van een heleboel kabaal op het dak: apen. De volgende ochtend lopen we door de jungle naar de beruchte canopy walk: touwbruggen op duizelingwekkende hoogte in de boomtoppen, met een totale lengte van 500 meter. Wij durven er niet op: ik voel me topzwaar met Keri op mijn rug en Hugo heeft hoogtevrees. Maar Merlijn gaat voor het avontuur. “Nou mama, dat durf jij wél hoor!”, stampvoet hij boos. Uiteindelijk loopt hij een stuk over de brug, samen met een vriendelijke parkgids. Wij staan beneden vol bewondering naar onze kleine held te kijken.
Tuktukken door Bangkok Thailand heeft voor gezinnen net zoveel te bieden als Maleisië. Er zijn veel meer westerse toeristen, maar voor wie wil zijn de hordes wel te mijden. In Bangkok brengen we hele middagen slenterend door. Er is zoveel te zien: stalletjes met vreemd eten, spelende kindjes, markten en gekke winkeltjes. Merlijn en Keri mogen vaak ‘iets kleins uitzoeken’: stickertjes of een boekje. Dit maakt een marktbezoek tot het hoogtepunt van hun dag, zeker als er een ritje met de ‘tuktuk’, brommertaxi, op volgt. Merlijns vierde verjaardag vieren we in de dierentuin van Bangkok, waar Thaise families hun vrije dag voornamelijk etend doorbrengen. De kinderen zijn, zoals overal, onze ijsbrekertjes in het contact met de lokale bevolking Voor het strandvertier bezoeken we twee relatief onontdekte eilandjes: Ko Lanta in het zuiden en Ko Chang bij de grens met Cambodja. We slapen in hutjes direct op het strand. Daar moeten we wel wat voor doen: op Ko Chang blijkt dat we nog bijna een kilometer over het strand moeten lopen omdat er geen weg is. Het valt niet mee om in het donker de rugzakken, twee zeer vermoeide kindjes en een buggy door het mulle zand te slepen. Maar als we de volgende ochtend wakker worden blijkt het niet voor niks. Kristalhelder, warm water, wuivende palmbomen, fijn zand en weinig andere toeristen. Keri komt helemaal over haar waterangst heen en Merlijn voelt zich, met zijn opblaasbare zwemvestje aan, als een vis in het water. Zelfs als we met een bootje gaan snorkelen, springt hij zo het diepe in.
De olifantentocht in het noordelijke Chiang Mai is onvergetelijk. “Hoog en wiebelig”, constateert Merlijn. Olifant Banjan en haar baby krijgen na de wandeling een heleboel bananen van hem. Keri is meer geïnteresseerd in de badende olifanten in de rivier. Ze kijkt haar ogen uit en schatert hard. De rest van de reis vraagt ze bij elk water ‘olifantenbad?’. Ze ontwikkelt een erg exotisch vocabulaire voor een Nederlandse dreumes: Boeddha, tempel, olifant, aapje, rijst… ‘Hallo Boeddha!’
Prettig voor ons is dat de kinderen veel belangstelling hebben voor tempels. “Schoenen uit, hoor!”, spreekt Merlijn ons steeds streng toe. Allebei leren ze al snel de Thaise groet met je handen tegen elkaar gevouwen, daarbij roepend ‘hallo Boeddha!’. Dit tot hilariteit van de tempelbezoekers en monniken, die altijd wat snoepjes paraat hebben. Merlijn is gefascineerd door de offerandes: “Gaat Boeddha dat stiekem opeten als niemand kijkt?” In de stad Ayuthaya voelen we ons net een koninklijke familie. Tijdens een wandeling door de buitenwijken komen hele gezinnen uit hun hutjes gerend om naar ons te zwaaien. Dit zijn de momenten waarop we kennis maken met het echte Thailand. Met het leven op straat, de gewoonte om de hele dag te eten, de straathonden en natuurlijk… de eeuwige glimlach van de lokale bevolking. Vooral bedoeld voor kinderen.
Tekst & fotografie: Wikke Peters
Praktische informatie Vlucht/accommodatie/transport De reistijd is ca. dertien uur vliegen vanaf Nederland. Prijsindicatie voor de vlucht is vanaf e 650 (kinderen tot 2 jaar 10 %, tot 12 jaar 75 % van die prijs). Vooral Maleisië en Thailand zijn erg goedkoop: overnachten kun je al met zijn vieren voor zo’n e 15. Luxueuze hotels zijn vaak niet meer dan e 30 -e 40. (Kleine) kinderen slapen bijna overal gratis op de kamer van de ouders, mits ze gebruik maken van de bestaande bedden. Openbaar vervoer – vooral dat van de overheid - is betrouwbaar en betaalbaar. Voor e 4 p.p. reis je zo’n 300 kilometer. Een Thaise nachttrein kost circa e 70 voor een eersteklas privé coupé met z’n vieren.
Gezondheid Het is niet nodig om voor Maleisië en Thailand malariapillen te slikken. Wel zijn er enkele gebieden waar preventieve maatregelen worden aanbevolen, waaronder Ko Chang. De vaccinaties die de kinderen van het consultatiebureau krijgen, zijn in principe voldoende. Een Hepatitis A prik erbij wordt wel aanbevolen.
Beste reistijd Van november t/m februari is de temperatuur het meest aangenaam. Alleen aan de oostkust van Maleisië is het dan regentijd. De beste periode daar is van april tot oktober. |