| Ouders vertellen: Wereldreis met kids |
|
Een ouderwetse nachttrein En dan ineens sta je met z’n vieren in Santiago de Chili op straat. Het is mei en fris; de winter komt eraan in dit deel van de wereld. Onze reis begint in het zuiden van Zuid-Amerika: Chili, Argentinië en Brazilië, dan naar Australië en via Noord-Amerika en Canada weer terug naar huis. Die eerste middag vinden we een herfstig parkje met suikerspinverkopers en speeltoestellen in de vorm van circusfiguren. David (vier) speelt zijn eerste internationale partijtje voetbal en Tiare (drie) eet haar eerste Zuid-Amerikaanse suikerspin. …Na twee dagen lopen over pleinen, winkelstraten en langs gebouwen besluiten we de nachttrein naar het zuiden te nemen, naar het beroemde meren- en vulkanen gebied. Vanaf dat moment begint de reis pas echt. We voelen het bekende gevoel van vrijheid opkomen: gaan en staan waar je wilt en wanneer je er zin in hebt. De nachttrein vanuit Santiago is ouderwets, met velours gordijnen voor de bedden, wankele trappetjes en piepende houten schuifdeuren. De kinderen rennen en klimmen en klampen iedereen aan die maar in de buurt is. Tiare houdt het de hele reis vol om tegen iedereen ‘hoe heet jij!!!!’ te roepen, iets dat na verloop van tijd in ‘what’s your naaaam!’ verandert.
In het merengebied huren we een auto en gaan op zoek naar besneeuwde vulkaantoppen, ijsblauwe meren en schilderachtige dorpjes. Bijna altijd slapen we in eenvoudige hotels en pensions. Eén kamer met z’n vieren, douche en toilet op de gang. En als er geen vier bedden zijn slapen de kinderen op matrassen op de grond.
David’s vijfde verjaardag wordt groots gevierd met een militaire parade op 25 mei in Buenos Aires (de nationale feestdag) en een bezoek aan de dierentuin. David krijgt een game boy om zich lekker mee terug te trekken op lange busritten. Tiare krijgt een speelgoedtelefoontje, omdat ze ‘ook een beetje jarig is’. Dàt was misschien niet zo’n goed idee. De roze telefoon is het begin van een levendig belverkeer, waar papa en mama ook geregeld aan mee moeten doen. Wekenlang worden we dagelijks gewekt met de blijde uitroep: “Papa, mama, hier is oma aan de telefoon!”. Half juni gaan we Brazilië binnen. Bahia, het Afrika van Zuid-Amerika, houdt ons zes dagen vast. In de brokkelige straten van de hoofdstad San Salvador verkopen dikke negerinnen maïsmeel en Afrikaanse vleeshappen. Tegen de avond barsten de drums los tussen de kerken en koloniale Portugese gebouwen van de bovenstad. De muziek krijgt David te pakken. Met ontbloot bovenlijf staat hij tot tien uur ’s avonds te swingen op straat alsof zijn leven ervan afhangt. Zo heeft hij weer iets over zichzelf ontdekt. En dan is het tijd om naar Australië te vliegen. Kangoeroes in de voortuin De vlucht van Brazilië naar Australië is een succes. Vreemd genoeg is zo’n lange vlucht in een reis eerder een rustpunt dan een opgave. De kinderen vinden het leuk om weer een ‘stoere besje’ (stewardesje) te hebben, waar ze limonade en kleurpotloden van krijgen. In Australië wordt het dagelijks leven wat gemakkelijker. Day Dream en South Mole Island in Queensland zijn kinderparadijsjes. We voeren papagaaien, varen met een gele duikboot, voetballen, zwemmen en eten ijsjes. Af en toe logeren we bij vrienden die we van vorige reizen kennen. In Coffs Harbour bijvoorbeeld, ten noorden van Sidney, logeren we bij Chris en Ellis, die kangoeroes in hun voortuin hebben en 30 km moeten rijden naar de supermarkt. Hoogtepunt van Australië is Broome, parelvissers dorp aan de rand van de woestijn met de mooiste stranden van Australië. We doen een kamelentocht langs de vloedlijn bij zonsondergang en bezoeken een hippiemarkt onder de bloeiende ‘flaming trees’ (knalrode bloemen) in de tropische hitte. Het moeilijkste bij het vertrek uit Australië is het afscheid van Kareltje, de gifgroene kikker waar de kinderen in de woestijn van de Kimberley vriendschap mee hebben gesloten. Vanaf nu lopen ze met een kikkerstikker op hun tasjes door de wereld.
Cultuurshock in Amerika We hebben alleen nog maar zomerweer. Noord-Amerika is een schok. In Zuid-Amerika en in mindere mate in Australië moet je zoeken en ver lopen om te krijgen wat je zoekt. Maar in San Francisco is alles te koop. Niet langer problemen om yoghurt te vinden. Er is zelfs wortelsap, wat een welkome aanvulling is op het beperkte groentedieet van de kinderen.. IJsjes en snoep zijn altijd binnen handbereik, speelgoed waar je maar kijkt. In San Francisco hobbelen we door de stad met de trammetjes, luieren op grasvelden en eten in ‘diners’, aan de bar, leuk voor de kinderen! Onze route gaat nu heen en weer over landsgrenzen. Van San Francisco naar Canada, waar we twee weken West-Canada en twee weken Oost-Canada ‘doen’. In Vancouver logeren we bij onze vrienden Brian en Mary Ann die twee meisjes van twee en acht jaar hebben. We leven als echte ‘suburbers’: elke avond barbecuen en ijshockey spelen op straat met de buurman. De kinderen worden uitgenodigd op een ‘kissing party’: allemaal klein grut en maar kusjes geven aan elkaar. En dan New York, als laatste plek voordat we naar huis vliegen. Ook hier zijn voor de kleintjes weer allerlei leuke dingen te doen. De hoogtepunten? Papa en mama mogen (om de beurt) joggen over de Brooklyn Bridge en met David en Tiare gaan we luisteren naar sprookjes bij het beeld van Alice in Wonderland in Central Park. Het leukst bewaren we voor het laatst: Schwarz, de grootste speelgoedzaak van de wereld. Zo keren we na zes maanden reizen naar huis terug met een idyllisch beeld van een van de ‘ruigste’ steden van de wereld. Thuis storten de kinderen zich op hun speelgoed. Dat hebben ze natuurlijk het meest gemist al die maanden. Na een paar dagen is alles al weer gewoon. Als we op de derde ochtend na terugkomst aan het ontbijt zitten, zegt Tiare met een zeurstemmetje: “Mama, wanneer gaan we nu weer naar een ander hotelletje? We zijn hier al zo lang!”
|