Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Syrië met peuters

 

“Bij aankomst in Damascus vielen me direct de vele bruintinten op. Het land ziet er niet ongecultiveerd uit, maar zo vanuit de lucht kon ik weinig groen ontdekken. De blinkend opgepoetste luchthaven gaf me een wat onwezenlijk gevoel in dit Derde Wereld Land. Maar rustig en overzichtelijk was het wel, zo ‘s avonds om acht uur. We passeerden probleemloos de paspoort- en visacontrole. In de kleine aankomsthal zag ik mijn broer al naar ons wenken. Een opluchting na een vlucht van 5,5 uur met twee kleine kinderen en ook een bijzondere ontmoeting, zo samen op Syrische bodem! De kinderen waren te moe om opgetogen te zijn. Ze sperden hun ogen nog even verrast open bij het zien van de fourwheel drive en vielen daarna als een blok in slaap. In een klein half uur reden we naar de ambassadewijk van Damascus over een aanvankelijk goed geasfalteerde, verlichte vierbaansweg -speciaal aangelegd om bezoekers te imponeren- en vervolgens via de wat schaarser verlichte autoweg dwars door Damascus. Ons eindpunt bleek een smalle straat met aan beide kanten stoepen, een enkele boom en daarachter gestapelde appartementenbouw van drie en vier hoog. De bruinbeige gepleisterde huizen oogden vrij sober en ook het beganegrond-appartement waar mijn broer met vrouw en kinderen voor twee jaar woont, had niets weg van de luxe behuizing die ik met hun leven hier als werknemers van een groot buitenlands bedrijf geassocieerd had.

 

De souk is goed voor snoepjes!

De kinderen sprintten de volgende dag direct richting tuin waar een schommel, een fietsje en ander Hollands speelgoed op hen wachtte. Maar toen mijn schoonzus een kleine tour door de stad voorstelde wilden ze direct mee. Noor was zeer onder de indruk van de vele auto’s die centimeters dicht langs elkaar heen richting centrum zoefden:‘Waarom doen ze dat?’. Ook de man op het geïmproviseerde parkeerterrein die ons drukgebarend een fuik in stuurde trok haar belangstelling: “Dat kan dus niet,” klonk het Hollands nuchter op de achterbank. In de soek van Damascus was het zo vol van wandelend publiek, op straat uitgestalde koopwaar, aandachttrekkende verkopers, sjouwers en kleine pick ups dat de kinderen ogen te kort kwamen. Hun reactie was er vooral een van stilte. Totdat we een hoog opgeladen snoepjeskar passeerden met zoetigheid in ontelbaar veel kleuren. “Mogen we een snoepje?”, was een van de eerste volzinnen die ik na een half uur weer hoorde.

Van de vele, maar niet onbescheiden blikken die de Syriërs op hen richtten hadden Noor en Anna nauwelijks last. Integendeel, verschillende keren kregen ze een snoepje toegestopt en ook een keer een kettinkje met medaillon. Het viel me op dat de kleding van de meeste vrouwen zowel hun armen als benen bedekte maar dat het vooral de ouderen waren die zich nog geheel in zwart kleedden. Totale bedekking van het gezicht zag ik nauwelijks.”

 

Zonder een woord Arabisch het land rond

“Syrië loopt over van de cultuurschatten. Zelf ben ik daar dol op, maar ik moest natuurlijk wel eerst uitzoeken wat er haalbaar was met kinderen. Ideaal als je broer er dan woont. Hij weet wat de moeite waard is, kent de vervoersmogelijkheden en de afstanden. We kwamen tot de conclusie dat ik me in Damascus zelf het gemakkelijkst kon verplaatsen met de gele taxi. Die zie je overal, ze kosten maar 50 syp (circa 1 dollar) en brengen je overal naartoe. Dat ging prima, ook al sprak ik geen woord Arabisch. Ik kende mijn eindbestemming of vroeg mijn schoonzus het op een briefje te schrijven. Zo zijn we met zijn drieën naar de fantastische, grote Omaijaden Moskee in hartje Damascus geweest. Anna en Noor speelden bij de rituele wasplaats met water en renden op blote voeten over de dikke, zachte tapijten. ‘Wat doen die mensen?’ vroeg Noor steeds met een ondertoon van ongeloof als ze bezoekers zag bidden, slapen, praten. Later zijn we samen nog een keer teruggeweest naar het nabijgelegen Al Azempaleis met zijn folkloristisch en 18e-eeuws ingerichte vertrekken met mensgrote poppen in authentieke kleding. Noor blééf maar vragen naar alles wat ze zag: ‘Wat is dat? Wat is dat?’.

Met de auto zijn we naar de christelijke kloosters Maaloula en Sednaya geweest, ten noorden van Damascus. Véél trappen lopen voor de kinderen, en ook af en toe wat tilwerk voor ons. Het prachtige kerkje van Sednaya was vooral voor Anna een ‘wonderbaarlijke’ belevenis. Een groepje jonge Syrische vrouwen vormden een kring om haar heen, ze ging van arm tot arm en werd verwend met snoepjes. Onderweg hebben we heerlijk gepicknickt tussen de lage, stugge vegetatie van de steenachtige woestijn. Grijsbruine bergen op de achtergrond, olijfbomen, en in de verte de indrukwekkende nagalm van de imam die oproept tot het gebed.”

 

Syrië, waarom niet?

Na tien dagen sjouwen, kijken, reizen -met tussendoor flinke rustpauzes in het plaatselijke zwembad voor buitenlandse werknemers- begon Noor naar haar Amsterdamse vriendinnen te vragen. “Morgen vertrekken we”, kon ik haar vertellen. De motor was duidelijk op. Slapen was er op de nachtelijke terugreis niet bij, maar na een dag rust in ons eigen huis zaten we direct weer in het oude ritme. Nog regelmatig verkleden Noor en Anna zich als Syrische ‘prinsessen’ met hun glitterrokjes uit de soek van Damascus. De logeerpartij bij hun neefjes en nichtje heeft uiteindelijk de meeste indruk gemaakt. En de schommel in de tuin. Voor mijzelf speelt vooral de vrolijke herinnering aan het leven in het buitenland, een flinke snuif Syrische cultuur en het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee Noor en Anna dit avontuur hebben beleefd.