| Ouders vertellen: Met rugdrager door Nieuw-zeeland |
|
De lange heenreis verliep prima, maar wat een hoop bagage heb je bij je met zo’n kleintje! Goed dat we met een camper reizen, want je moet niet tussentijds hoeven in- en uitpakken. Omdat we halverwege de reis lang moesten wachten hadden we een daghotel geboekt bij de luchthaven. Dat bleek ideaal. We konden een uurtje slapen, douchen, zwemmen en we hadden onze eigen plek waar we onze spullen veilig konden laten staan. In Nieuw-Zeeland aangekomen wachtte ons direct een eerste verrassing: er was een speciaal loket voor gezinnen met jonge kinderen. Wij hoefden dus niet in lange rijen te staan, maar werden snel de douane doorgeholpen. Luxe! Net als de accommodatie waar we naar toe gebracht werden. Het was prettig om de reis te beginnen in een ruim appartement, compleet met wasmachine en droger zodat we met schone kleren onze reis per camper konden starten. De eerste dag hebben we niet verder gereden dan een camping in de buurt, zodat we allemaal konden wennen aan ons nieuwe ‘huis’ voor de komende weken. Dat huis was overigens van alle luxe voorzien. We hadden onze eigen douche en toilet, televisie, dvd-speler en zelfs een magnetron.
Al reizend hadden we snel een ritme gevonden, waar we ons allemaal goed bij voelden. ’s Morgens deden we rustig aan, gingen wat wandelen of bleven op de camping. Tijdens het middagslaapje reden we naar onze nieuwe bestemming, waarbij we tussendoor onderweg een lange stop maakten als Anne wakker werd. We zorgden ervoor dat we niet langer dan 4 uur per dag met de camper hoefden te rijden op weg naar een volgende bestemming. En natuurlijk hadden we ook de nodige dagen dat we niet met de camper onderweg waren. Dan gingen we lekker buiten wandelen en activiteiten in de buurt ondernemen.
Met dit rustige reistempo hebben we toch ontzettend veel gezien. Zo bezochten we Doubtful Sound en Abel Tasman National Park, namen een vliegtuigje om Tongariro National Park vanuit de lucht te zien, bezochten de geisers bij Rotorua en zagen dolfijnen zwemmen in zee. Nieuw-Zeeland is echt een ongelooflijk mooi land en gemakkelijk te bereizen. We genoten ook van alle uren die we rijdend doorbrachten. Na iedere bocht volgde weer een nieuwe verrassing: een besneeuwde bergtop, een turkooisblauw meer, een waterval, een spectaculaire kustlijn. De stops die we tussendoor maakten waren ook geweldig. Meestal stonden we op een prachtige plek midden in de natuur, waar we, als het zonnetje scheen, heerlijk konden picknicken. We waren ook verrast door de goede kwaliteit van de campings. Soms waren we op een kleine camping die gunstig was gelegen ten opzichte van de activiteiten die we wilden ondernemen, soms eentje wat verder weg met een waanzinnig mooi uitzicht, of juist een met een hele centrale ligging in het centrum van een plaatsje, zodat we ’s avonds lopend naar een restaurant konden gaan. Maar waar we ook stonden: de voorzieningen waren altijd uitstekend. Overal waren wasmachines en –drogers, de toiletten en douches waren nooit ver weg en altijd schoon en netjes en de mensen op de receptie vriendelijk en behulpzaam. Omdat we in het laagseizoen reisden was het ook meestal erg rustig. Alleen bij de grootste toeristische trekpleisters zoals Rotorua en Queenstown was het drukker.
Kiekeboe spelen met andere reizigers Uitstapjes maken ging verbazingwekkend gemakkelijk. Op de boot sliep Anne rustig in de buggy en tijdens wandelingen mocht ze mee in de rugdrager. Andere reizigers reageerden enthousiast en Anne stond altijd in het middelpunt van de belangstelling. Nu moet ik ook zeggen dat zij daar enthousiast op inspeelde door vrolijk naar iedereen te lachen en enthousiast mee te doen met kiekeboe-spelletjes. Eigenlijk is een baby het ideale reisgezelschap. Als Anne moe was ging ze slapen en een fles is onderweg zo gemaakt door gekookt water uit de thermosfles te mengen met mineraalwater. We moesten er alleen wel aan denken haar goed warm aan te kleden, want terwijl je zelf actief bezig bent en dus lekker warm wordt, is het voor zo’n kleintje dat stil zit een stuk frisser in een buggy of rugdrager.
Teletubbies in de camper Terugkijkend op deze reis, was de hele trip van begin tot eind een fantastische ervaring die we niet hadden willen missen. Het leven gaat ook gewoon door op zo’n reis. Anne trok zich op aan de kussens van de bank in de camper en oefende vervolgens haar stapjes langs de bank. In de supermarkt konden we potjes babyvoeding en luiers kopen en de Nederlandse Teletubbie DVD speelden we in de camper af. Maar wij konden ondertussen wel genieten van iedere dag een ander uitzicht op een gletsjer, fjord, vulkaan, de skyline van Auckland of een goudgeel strand! Tips voor ouders die met hun baby naar Nieuw-Zeeland gaan:
• Neem een rugdrager én een buggy mee: je hebt beide echt nodig! • Huur een camper: dit is echt de ideale manier om Nieuw-Zeeland met je kinderen te ontdekken. • Neem een reisbedje mee. Je baby heeft dan zijn eigen veilige slaapplek, maar je kunt deze overdag ook als box gebruiken. • Kleed je kindje warm aan. Hij of zij zit toch vaak stil. • Geef ’s avonds eerst je kind te eten en ga daarna lopend, met je kind in de buggy, uit eten. Grote kans dat hij of zij in slaap is gevallen voor je in het restaurant aan komt, zodat jullie gezellig samen kunnen eten. • Vergeet de babyfoon (of beter: een portofoon met VOX functie) niet. Wij gebruikten deze bijvoorbeeld als we gingen afwassen terwijl Anne sliep.
|