Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Op de bonnefooi door Mexico

Op de top van ‘El Castillo’, de eerste piramide van Chitzen Itza, de beroemde Maya ruïnes, stelt Bas van bijna vier me gerust. Hij heeft geen hoogtevrees en helpt zijn moeder bij het afdalen van de vreselijk steile trappen. Joep van anderhalf zit bij zijn vader in de rug-drager, kijkt blij mijn kant op en zwaait. Ook dat helpt me. Wie zegt dat reizen niets voor kinderen is, moet dit tafereel komen bekijken, om zich van het tegendeel te laten overtuigen. Maar mama’s met hoogtevrees, die kun je beter thuislaten. Vanuit Valladolid, een klein provinciestadje in Yucatan, zijn we via de cuota (tolweg) naar Chitzen Itza gereden.

De tol is zo hoog dat alleen toeristen nog in deze val trappen. Terug nemen we de lokale route met de honderd hoge drempels door kleine dorpjes met veelal rieten huizen. Waar de auto’s afremmen, verkopen straatverkopers hun waren. Onder aanmoediging van Bas: “Ja, kopen we dat…”, komen we met bananen, kauwgom, meloen en een voetbal terug in ons hotel. Op de grote patio van ons hotel bestellen we guacomole met tacochips voor Bas en Joep, waar ze van smullen. Nog een lekkere fruitshake erbij en alle vitaminen zijn weer binnen.

 

Alsof we in een Latijns-Amerikaanse film spelen

Vanuit Valladolid reizen we door naar Merida, een grote stad met een mooi historisch hart. We vinden een oud koloniaal hotel met veel bogen en grote koele patio’s, waar de kinderen ook nog eens lekker kunnen spelen. Bij onze eerste wandeling door Merida wordt de toon voor de rest van de dagen gezet, dit is de stad van de muziek! Op de centrale plaza speelt een band van oude mannen die aan de Buena Vista Social Club doet denken; swingende muziek waarop honderden, met name oudere, paren dansen. Bas en Joep swingen lekker mee en we hebben het gevoel in een film mee te spelen. We raken verslaafd aan deze sfeer en zoeken steeds naar restaurants of terrassen waar muziek gemaakt wordt. Toch verlaten we af en toe ook de stad, zoals voor een dagje Izamal, ciudad amarillo, geel stadje in de buurt van Merida met een prachtig groot klooster en idyllische straatjes met gele huisjes waar romantische rijtuigen met paarden doorheen rijden. De antieke stad Uxmal bezoeken vanuit Merida is ook goed te doen in een dag. Het bijzondere van deze oude Maya ruïnes is dat er nog zoveel verfijnde details bewaard zijn gebleven.

Joep gaat lachend van hand tot hand

 

In Palenque, onze volgende stop, nemen we een hotel in tropische stijl met zwembad. Joep en Bas willen het water niet meer uit, heerlijk vinden ze het om te zwemmen. Joep gaat lachend onder water en komt lachend weer boven. De Maya ruïnes van Palenque staan in een bergachtig tropisch regenwoud. Als we de volgende ochtend de piramides voor het eerst zien, hebben we het gevoel deze zelf te ontdekken.

De ochtendnevel, maak het geheel nog spannender. Niet iedereen heeft oog voor de oudheid in dit natuurschoon. Joep trekt met zijn witte haar en bruine gezicht ook de aandacht. Veel Mexicanen willen met hem op de foto. Bij een fotosessie gaat hij lachend van hand tot hand.

Op weg naar het op 2100 meter gelegen San Cristobal de las Casas, zien we onderweg de wereld veranderen van tropisch regenwoud naar bergen met naaldbomen. We nemen heel wat drempels en haarspeldbochten, voordat we het stadje binnen kunnen rijden. Lange broeken en truien komen van onderuit onze tassen. Het is hier in de bergen ineens een stuk kouder. Als we een wandeling door het centrum maken, vallen als eerste de Indianen in hun traditionele kleding op. Veel (buitenlandse) kunstenaars zijn in San Cristobal neergestreken, gevallen voor het mooie licht, de ligging tussen de bergen, de romantische huizen en de kleurrijke Indiaanse bevolking. Wij kunnen ons er van alles bij voorstellen.

 

Van reizigersparadijs naar tropische idylle

Ons hotel is een echt rustpunt. Bas en Joep spelen graag op de patio en blijven geboeid door de grote kleurrijke papegaaien van het hotel. In de dorpjes buiten San Cristobal wordt nog traditioneel en primitief geleefd door de overwegend Indiaanse bevolking. In Chamula bezoeken we de dorpskerk waar de ingang bewaakt wordt door twee mannen in zwarte poncho’s. Binnen ligt stro op de grond en er lopen kippen rond, klaar om geofferd te worden. Katholicisme wordt hier gemengd met geloof in andere goden, zoals de Pacha Mama (moeder aarde). Er wordt gelachen en gepraat en het heeft alles weg van een marktplaats, maar toch hangt hier een gewijde sfeer. San Cristobal is een echt reizigersparadijs, het wemelt er van de leuke cafés, winkeltjes, markten, kerken, restaurantjes en ateliers. In een papieratelier zien we hoe van oud papier en bloemenblaadjes nieuw papier wordt gemaakt. Bas mag het ook eens proberen, de vellen worden in de zon gedroogd en helemaal trots haalt hij de volgende dag zijn eigen papier op. We hebben het gevoel hier nog wel maanden te kunnen blijven, maar toch gaan we weer op pad. De laatste stop is aan de blauwgroene Caribische zee. Wuivende palmen en een wit airconditioned strand waar je je voeten niet aan brandt. Hoewel Playa del Carmen in korte tijd uitgegroeid is van een visserplaatsje tot een serieuze toeristenplaats, blijft het toch haar charmante Mexicaanse sfeer behouden. Hier wordt Bas vier en lonkt de basisschool. “We gaan naar huis pap en mam, ik moet nu naar school.” En dat is ook zo.