| Ouders vertellen: Gastvrij Gambia |
Een tropische nacht in december“Mama, het is hier net als in Artis!”, is het eerste dat Tiare uitroept als we de vliegtuigtrap afdalen de tropische nacht in. Ze is een maand geleden nog met haar klas in het reptielenhuis geweest en herkent de geur en de klamme warmte. Heerlijk die vochtige warme deken. Alleen daarom al zou je rond oud-en-nieuw zes uur in het vliegtuig gaan zitten; lange broeken en jassen kunnen meteen heel diep de koffer in. Eenmaal in Gambia aangekomen moet je je Europese kijk op de zaken meteen laten varen. Al op het vliegveld begint het onderhandelen. Als eerste met de taxichauffeur over zijn prijs. We moeten van de hoofdstad Banjul naar Kotu, een klein half uur rijden. Dan hup de taxi in, raampjes open en gaan. Je zoeft door een onverlichte nacht langs braakliggend land, halfafgebouwde hotels en rommelige dorpjes. Het is warm en het blijft warm. Ons hotel is een baken van licht in de duisternis. Ineens komt de wereld ons weer wat bekender voor; een oprijlaan, een mooie tuin, een felverlichte receptie. David heeft zijn voetbal natuurlijk al uit de bagage opgeduikeld en de portier, een jongen van 19, kan zich net zo moeilijk inhouden als hij. Ze rennen achter de bal aan door de tuin. Inmiddels is het twee uur ’s nachts …bedtijd!
Vlechtjes, massages, heupdoeken…Na een kort nachtje is de ochtendzon zeer welkom. En zie; er is een zwembad, een lekker ontbijt en een mooie tuin en er zijn ontzettend veel Nederlandse kinderen om mee te spelen. Westerse luxe dus, in een Afrikaans land. Naarmate je je verder van het zwembad verwijderd is het duidelijker dat je in Afrika bent. De zwembad diskjockey begint elke ochtend om 11.00 uur met Senegalese muziek. Prachtige slepende muziek met diepe stemmen; beter dan de top-40 jingles die een paar uur later over het terras galmen. Verder ontkom je natuurlijk niet aan de Afro-commercie: “Laat je haar vlechten! Laat je masseren! Laat je een jurk van Afrikaanse stoffen aanmeten!” Toch is het niet opdringerig. De mensen zijn warm en vrolijk. Als je niet wilt? “Okay miss, even goede vrienden”. Natuurlijk moet Tiare vlechtjes, net als haar vriendinnetjes, en na 2 dagen lopen ze allemaal met een minuscuul heupdoekje rond het zwembad. Op de tweede middag neemt Tiare ons mee naar ‘de mensen in het bos’. Haar vriendinnetje wist te vertellen dat de familie van het hotelpersoneel in het ‘bos’ van het hotel mag wonen. Haar vriendinnetje was er al eerder geweest om spulletjes uit Nederland te brengen: speelgoed en kleding die ze zelf niet meer gebruikten. Het is wonderlijk; op 5 minuten lopen van het zwembad is daar bij wat hutten in het bos een hele leefgemeenschap van mannen, vrouwen en kinderen bezig met koken, leven en spelen. Het is goed voor de kinderen om eens zo´n ander soort leven te zien.
Hello, little boss ladyOp het stand van Kotu, een kwartiertje lopen van het hotel is alles wat je je voor een strandvakantie kunt wensen. Terrassen waar échte cappuccino wordt geschonken onder de palmbomen. De keuze uit heerlijke ligbedjes voor een prikkie, of met je handdoekje in het zand. De zee is schoon en blauw. Verder ook hier volop actie. In stal-letjes op het zand worden fruitsappen voor je geperst uit mango, papaja, sinaasappel, ananas, elke dag andere vruchten. ‘Fruit-ladies’ lopen van ligbed naar ligbed om verse fruitsalades aan te bieden, “Hello boss lady, you want fruitsalad?’, allemaal even heerlijk. Ook Tiare als ´little boss lady´ wordt hartelijk op haar wenken bediend. Die moet straks thuis maar weer even met twee benen op de grond worden gezet.
Voorbij hotel en strand heeft de wereld natuurlijk een heel ander gezicht, maar als toerist voel je je ook daar heel welkom en helemaal niet verloren. Fietsen is een feest want de wegen zijn vlak en de mensen lachen je toe. Terwijl de kinderen bij vriendjes in het zwembad blijven fietsen wij samen naar de markt in Banjul en naar vissersdorpjes langs de kust. We rijden over stoffige rode wegen, zien vrouwen met vrachten op hun hoofd lopen en zwaaien naar de kinderen die in hun uniformpjes op weg naar school zijn.
Mama, wij eten toch geen geit hè?Op de laatste dag van het jaar wordt Tobaski gevierd, het grootste religieuze feest waarbij vrijwel elke familie een geit slacht. Tobaski valt dit jaar toevallig op 31 december. We nemen de kinderen mee naar het stadje Bacau (10 minuten met de taxi) en komen aan op het moment van het ochtendgebed. De straten en het grote plein zijn bedekt met mensen en kinderen op kleedjes; allemaal in hun mooiste kleren, luisterend naar het gebed. Ze groeten ons vriendelijk. Na afloop loopt iedereen naar huis voor het slachten van de geit. We worden door Lamin uitgenodigd om de imam een bezoekje te brengen. Als we een straat inslaan zien we meteen hoe iedereen op binnenplaatsjes en ook langs de weg bezig is met levende en zojuist gedode geiten. Eerst willen we David en Tiare nog voor de aanblik beschermen, maar dat gaat niet. Het is overal. Ook kinderen lopen rond met zakjes bloed, darmen die gespoeld moeten worden en geitenvel dat te drogen moet worden gelegd. Onze kinderen wennen er snel aan. Ze worden zelfs nieuwsgierig naar de details van het slachten. “Wat gaan ze nou met dat bloed doen? Wij eten toch geen geit hè, mama?”. Zo treffen we ook de imam aan het werk. Hij maakt zijn handen schoon om ons te begroeten. “Welcome, welcome. Thank you for coming; Allah, Christ, we all believe in the same God” is zijn hartelijke begroeting. Voordat we teruggaan naar ons hotel drinken we thee op het erf van Lamin, waar zijn moeder een groentengerecht voor wel 30 mensen aan het bereiden is. Ze stampt bloemkolen, courgettes, pepers, tomaten en nog veel meer groenten door elkaar in een gigantische kom aan haar voeten. David en Tiare trappen een balletje met een neefje van 12. Iedereen is blij, het is feest.
Die avond gaan we uit eten. We laten ons door de taxi afzetten in Kololi waar langs de stoffige weg tal van restaurantjes in het groen verstopt liggen. Elk restaurant is goed. Lantaarns hangen tussen de bomen en planten. De natuur geurt zoet, de muziek is ritmisch en melodieus, het eten is lekker eten, de mensen zijn vriendelijk, de kinderen genieten; wat een land.
Afrika is geen Europa Gambia is het kleinste land van Afrika met een 80 km lange kuststrook van goudgeel zand. De reisbureaus stellen een reis naar Gambia net iets onbezorgder voor dan het in werkelijkheid is. Vooral op de nodige vaccinaties tegen tropische ziektes en op malariapreventie wordt niet overduidelijk gewezen. Een last-minute, zoals die zo vaak op Gambia wordt aangeboden, is dus alleen mogelijk als je nog geldige vaccinaties van andere reizen hebt.
Praktische informatie
Geld Geld uitgeven in Gambia kan alleen als je cash geld bij je hebt of een Visa creditcard! Onze Mastercard werkte echt niet; zelfs niet in de hoofdstad Banjul. Gambia is redelijk goedkoop. Reken voor dagelijkse kosten aan eten en drinken niet meer dan eur 40 per volwassene en euro 25 per kind.
Eten Uit eten gaan is geweldig. In de dorpen langs de kust zijn veel heerlijke restaurants te vinden. Half board boeken is niet nodig. Je kunt altijd nog af en toe in je hotel gaan eten.
Bonne foi Wie een voordelige vlucht Gambia vindt kan zeker overwegen op de bonne foi te gaan. Goede hotels genoeg. Alleen in het hoogseizoen is dit niet aan te raden, aangezien overboekingen van hotels dan voorkomen.
Klimaat en reistijd Gambia is heel groen en heeft een subtropisch klimaat. Het droge seizoen is van half september tot eind mei, het regenseizoen ligt tussen juni en half september. De gemiddelde dagtemperatuur varieert van 26 graden Celsius in januari tot 29 in juli.
Taal In Gambia kun je vrijwel overal met Engels terecht.
|