Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Kris kras door de Belgische zomer

En op een mooie zomerdag rijden we met Helena (3), Feline (8) en David (10) op ons dooie akkertje zuidwaarts. Tja, haast om zoveel mogelijk kilometers te maken hebben we niet, dus geen stress, geen files, geen plaspauzes. Twee uur later rijden we Mechelen binnen, onze eerste standplaats. De kinderen, die midden in een film zitten, zijn stomverbaasd. We kunnen er nog helemaal niet zijn, alle borden zijn nog in het Nederlands! Maar met garnalenkroketjes en Vlaamse frietjes voor onze neus en uitzicht over de grote markt is iedereen het er toch wel over eens dat dit buitenland is.

alt

Met de boot naar de dierentuin

Met de boekjes van de Belgische VVV kom je een heel eind. Dat heeft ook David door, want zo weet hij ons te vertellen dat je achter het station de boot kunt nemen naar dierenpark Planckendael. Overal waar wij als gezin op vakantie gaan bezoeken we een dierentuin. Dat weten de kinderen inmiddels. We zijn al zo vaak geweest dat ze het ‘saai’ vinden. Maar met een boottochtje…  En er blijkt helemaal niks saais aan deze dierentuin te zijn! Weids opgezet, mooi groen, met klimrekken voor elke leeftijd. Feline is helemaal vol van de goudkopleeuwaapjes en het dwergnijlpaardje. David is niet weg te slaan bij de reptielen. Alleen Helena is teleurgesteld omdat er geen echte olifanten zijn, haar lievelingsdieren.

De volgende dag is de zon ineens verdwenen. Een goed moment om naar Brussel te gaan. Kaja heeft een euro uitgeloofd voor de eerste die het Atomium ziet. Helena roept bij elke nieuwe straat: “Daar, daar!”, terwijl ze als driejarige natuurlijk geen idee heeft hoe het Atomium eruit ziet. Uiteindelijk ziet Feline het rare bouwwerk als eerste. Ikzelf  kende het ook alleen van plaatjes, maar als je er zo naast staat is het imposant. Binnenin is het helemaal spectaculair. Na een lange rij voor de lift, komen we eindelijk in de bovenste bol. “Ongelofelijk”, roept  Feline, “we kunnen héél België zien!”.

Een vakantie met kinderen is vooral ‘loslaten’

Na drie luxueuze nachten in een stadshotel rijden we richting het plattenland. Izel ligt in de Gaume. Dat is het uiterste puntje van Zuid-Oost België. We hebben hier een soort gite geboekt via internet. De eigenaars zijn toevallig zelf ook vakantie aan het vieren in hun gedeelte van het landhuis. De grote tuin wordt gedeeld. Ik frons naar Kaja. Ik weet niet of we dit leuk gaan vinden, zo dicht op elkaar. Maar onze kinderen zijn al met hun kinderen op de grote trampoline aan het springen. Ik haal mijn schouders op en laat het gaan. Een vakantie met kinderen is vooral loslaten.

 

Na borrelen met lekkere hapjes in de zonnige achtertuin blijken we behoorlijk wat gemeen te hebben met de familie Corne. Niet alleen zijn onze kinderen in dezelfde jaren geboren, ook ons werk overlapt elkaar. Terwijl wij praten, koken en eten amuseren onze kinderen zich ook enorm met elkaar. Zelfs de twee kleinsten hebben een spelletje gevonden waar geen einde aankomt: elkaars potje uitproberen.

“Goed vasthouden, anders valt je!”

 

Met onze nieuwe vrienden gaan we de volgende dag meteen op stap. Gewapend met proviand, blikjes fris, Belgisch bier en zwemvesten stappen we in de kano’s die ons over de rivier de Semois moeten dragen. Vooral de peuters zijn erg opgetogen over deze avontuurlijke tocht. Helena verbergt haar angst door steeds bezorgd tegen haar vriendje te roepen: “Goed vasthouden, anders valt je”. Als moeder houd ik mijn hart vast, maar ze hebben me verzekerd dat het veilig is. Na de laatste stroomversnelling kan ik eindelijk ontspannen. Vogels zingen in de verte. Bomen ruisen zacht. Alleen het kletsen van de peddels tegen het water en vrolijke kinderstemmetjes doorbreken af en toe de natuurlijke rust.

Onze België expeditie gaat verder. We nemen afscheid en rijden via Charleroi en Kortrijk naar Oostduinkerke. Een tocht die qua afstand behoorlijk tegen valt. “Ik snap het niet”, zegt Feline, “we zitten nu al bijna vier uur in de auto. Dat is toch veel langer dan naar huis rijden!” “Willen jullie dan naar huis?” vraagt Kaja verbaasd. “Nee!” klinkt het achterin in koor. “Dat is mooi, want we zijn er”. Kaja draait een landweggetje in naar een boerenerf. We zijn vlakbij de Vlaamse kust in vakantiehoeve de Torreele. Nog voor we de koffers naar onze kamers hebben gebracht zijn de kinderen verdwenen. Ik vind ze in een gigantische schuur vol skelters, karren en fietsen. “Jongens, dat is niet van jullie!”, spreek ik ze streng toe. “Jawel, da’s voor onze kleine gasten”, hoor ik de vrouw des huizes achter me zeggen.

Een aantal attracties aan het Belgische strand zijn niet te vermijden met kinderen. Het huren van een van de vele snelle skelters op de boulevard bijvoorbeeld -dit is ook het veiligst anders worden je kinderen omver gescheurd-, een bezoek aan het openlucht zwembad, dat op het strand ligt, en het eten van heel veel soorten ijs. Rozig komen we ’s avonds terug bij de boerderij, waar we samen met de andere gasten aan lange tafels eten en waar kinderen van alle leeftijden een nog langere rij maken met hun voertuigen.

“Waalom legent het hiel in Blugge, mama?

 

Onze laatste bestemming is Brugge. Het weer is omgeslagen en de regen komt met bakken uit de lucht. Feline vraagt of er zoveel grachtjes zijn in Brugge omdat het er zoveel regent. Weer verblijven we op een boerenhoeve, maar hier overheerst de stilte. En hoewel het nog twee dagen blijft stortregenen, vinden we het allemaal wel  best. In het luxe huisje doen we spelletjes, lezen we boeken en oefent Helena de “r”. “Waalom legent het hiel in Blugge, mama?’ Ik kan geen antwoord geven. Gelukkig hoeft dat ook niet, want in de verte zie ik blauwe lucht.