Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Tentenkamp in de Ardennen - vervolg

Dit verhaal speelt een jaar na het vorige verhaal. Inmiddels is de uitgebreide familievakantie traditie geworden: drie moeders met elk twee kinderen tussen de 3 en 9 jaar doen een ‘budgetvakantie’ in een tijd dat de kinderen tóch allemaal thuis zijn van school en de papa’s nog moeten werken. Zo gaan Caroline, Lili en Anouk op pad met Stefan (9), Floor (7), Bas (6), David (6), Joep (3) en Feline (3).

alt

In Wallonië is het altijd feest

Elkaars gezelschap willen we wel weer, maar kamperen met zes bengels dit jaar niet. We gaan op zoek naar een groot vakantiehuis in de Ardennen en komen terecht in de buurt van Bouillon, in Petit Fays, een plaatsje dat op de meeste kaarten onvindbaar is. Maar zoals de ervaring ons al leerde is het in Wallonië altijd feest. Waar je ook bent, er is altijd kinderamusement om de hoek én natuur. Vanuit onze reusachtige tuin zien we blauwgroene dennenbossen en glooiende weilanden. Het pad naast ons huis voert regelrecht de bossen in. Dit keer hoeven we geen tenten op te zetten, dus op de middag van aankomst dalen we al het bospad af voor een wandeling. We lijken wel een groepje padvinders zoals we daar voortstappen van klein naar groot door het groenglinsterende woud. Na veertig minuten lopen door onveranderlijk dicht gebladerte besluiten we de eeuwig zingende bossen voor vandaag gedag te zeggen.

Na kindertijd komt moedertijd

We hebben onze draai snel gevonden in het grote huis met ruime gangen, kamers en trappen en een oerdegelijke inrichting waar zelfs zes halve wilden niet veel aan kapot kunnen maken. Diezelfde avond hebben de kinderen hét spel van de vakantie al gevonden: tikkertje door de gang, dan via de keuken en de serre naar de tuin, om het huis heen en door de voordeur weer naar binnen. We hebben een week lang schitterend weer en leven in de keuken en de tuin. Elke ochtend gaan twee van de drie moeders trimmen naar het naburige dorp Monceau, nadat de moedigste onder ons heeft gekeken of er géén loslopende honden op de route zijn. Daarna ontbijt aan onze lange tuintafel in de zon. Wat een feest, het lijkt wel een Italiaanse bruiloft. Elke dag gaan we op stap en elke avond als het jonge volk éindelijk op bed ligt schuiven de moeders aan rond het houtvuurtje in de tuin. We leggen nog wat houtblokken op de reusachtige barbecue, maken een fles wijn open en gaan ‘evalueren’.

 

Op maandag 21 juli blijkt het nationale feestdag te zijn. In de plaatselijke krant lezen we dat er in Poupehan een ‘ambachtsmarkt aan de rivier’ is. ‘Markt voor de mama’s én zwemmen voor de kinderen’,  denken we en gaan op pad. De markt is een verzameling Belgische huisvlijt met één geweldig onderdeel: pottenbakken, een initiatief van de handwerkjuf. Alle kinderen mogen hun eigen potje maken voor 1 euro per kind! Ze vinden het heerlijk en griezelig tegelijk; die natte glibberige klei en die snel ronddraaiende schijf zijn ook zo nieuw allemaal. En wat zijn ze trots op het grijze hoopje dat ze produceren. Die gaan we thuis schilderen! Dan terug naar huis voor de dagelijks terugkerende spelletjesmarathon: badmintonnen, tafeltennissen, waterpistolen en bordspelletjes, afgesloten met een plons in ons superopblaasbad. De kinderen hebben erg veel lol met elkaar en begrijpen gelukkig dat niet iedereen steeds een even goede bui heeft. Als er gemept wordt of speelgoed sneuvelt dan wordt dat steevast door veel troosten en kusjes gevolgd.

’s Avonds bestuderen we onze gidsjes en kaartjes en ontdekken dat we voor een zwembad iets verder uit de route moeten: een klein uur rijden naar Chevetogne. We vinden er niet alleen een zwembad, maar een heel speel-en sportland met mini-golf, voetbalveld, manège, kruidentuin en verschillende speeltuinen. Het treintje door het park mag natuurlijk niet worden overgeslagen. Onderweg stappen we uit bij een schitterend gelegen terras aan het water mét fantastische houten speeltuin. Het is 5 uur ’s middags. Een mooi moment voor een biertje op het terras en wat vroegtijdige evaluaties.

 

Wie zegt dat kinderen niet kunnen vissen

In het midden van de week doen we een dagje cultureel, dat heel kindvriendelijk uitpakt. We lopen door het romantische Bouillon naar het Middeleeuwse kasteel van Godfried. Een écht ridderkasteel met binnenplaatsen, donkere trappen, gangen en kerkers. Door de schietgaten zie je Bouillon aan de rivier in de diepte liggen. De kinderen ontdekken zelfs een gevangenis met martelwerktuigen. “Koelie, joelie, dat moet pijn doen!”.

In de straten van Bouillon schreeuwen de schepnetjes de kinderen toe en dát vinden de moeders wel een verantwoord vakantiecadeautje. Misschien scheppen ze wel iets voor op de barbecue! Van de winkel regelrecht naar de rivier. Hier bij Bouillon blijkt de rivier wél helder en gemakkelijk toegankelijk te zijn. We zwemmen en vissen tot de zon het grasveld en het kasteel aan de overkant in een goudgeel namiddaglicht zet. De schepnetjes werken goed. Er worden massa’s kleine visjes gevangen. Stefan van 9 heeft ook nog een hengel. Tot zijn schrik en verrukking hangt daaraan ineens een grote baars wild heen en weer te slingeren. Wat is hij trots! Die gaat mee voor op de barbecue, maar dan wel na een foto voor papa.

 

Het is geen ‘pama’, maar ‘jama’

 

Eigenlijk is in en rondom Bouillon zoveel te doen dat we er de rest van de week mee volkrijgen. De volgende dag gaan we naar een wildpark aan de rand van Bouillon, Parc Zoologique des Cerfs. We picknicken naast de wilde zwijnen die echt nét massaal kleintjes hebben gekregen. De blauwroze rolmopsjes waggelen op hun poten en zijn steeds op zoek naar hun moeder voor melk. Als mamazwijn even toegeeft wordt ze door de minimeute besprongen en –zo lijkt het- haast uit elkaar getrokken door de kluwe begerige biggetjes; veel te veel biggetjes voor één buik. Bij de lama’s krijgen de kinderen een prachtgesprek. “Ik noemde een lama voeger ‘mala’, zegt David giechelend. Joep die de ‘l’ niet kan zeggen en hem consequent verruilt voor de ‘j’ gooit er nog een schepje bovenop: “Ik zei vroeger ‘pama’ tegen een jama!”  Onze lunch wordt door heel bijzondere geuren begeleid. Als herinnering overwegen we een flesje ‘dierengeuren’ te kopen, maar misschien is de herinnering al voldoende.

 

Misschien moeten we ons verbazen dat deze week zich net zo vlekkeloos vrolijk als de vorige vakantie met elkaar voltrekt. Zó gemakkelijk zijn onze kinderen niet. Wat belangrijk is, is dat wijzelf wél gemakkelijk zijn in zo’n week. We respecteren elkaars manier van opvoeden en nemen afstand als het een dag toevallig óns kind is dat minder leuk meekomt of belaagd wordt door een ander kind. Uiteindelijk gaat het erom plezier te hebben.