Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Sprookjesachtig Marokko

De eerste ochtend in Marokko ontbijten we in een berbertent opgetrokken uit glanzende tapijten en kussens, naast het zwembad. Op het menu staan chocoladecroissants, pannenkoeken, verse vruchten en zoete muntthee.  “Marokko is leuk mama!” Ja, met zoveel lekkers krijgt Marokko natuurlijk meteen een tien van de kinderen. Verrassend! In de twee weken dat we in dit land rondreizen zullen we nog veel vaker-  en altijd aangenaam-  verrast worden.

alt

Alleen al het dagelijks leven is een bron van verbazing en plezier. In de straten van Ouarzazate, onze eerste verblijfsplaats, worden sigaretjes per stuk verkocht. Kippen koop je levend en kruiden liggen in hoge puntbergen en knallende kleuren uitgestald. In de buurt van Ouarzazate bezoeken we Ait Ben Hadou, een schitterende oude kasbah die op de monumentenlijst van de Unesco staat. Het is een wirwar van straten, steegjes en pleinen waar mensen in de schaduw en binnenshuis de hitte ontvluchten. We worden een winkel binnengetrokken door een man die ‘acteur’ was in de film gladiator. Vanwege het magische landschap en het gunstige prijsniveau worden in Marokko heel veel films opgenomen. In een grotachtige ruimte toont hij ons zijn verzameling rekwisieten uit de film. Berend en Bente mogen even vechten met ‘echte’ zwaarden.

 

Kamelen en Arabische cola

Merzouga, Boulmane, Taroudent... De namen van de plaatsen die we gaan bezoeken klinken sprookjesachtig. Dáár willen de kinderen wel naartoe. In onze mooie huurauto met airconditioning installeren ze zich graag op de achterbank met hun speelgoed en mp3 spelers. En het blijft leuk om vol verwachting een volgend hotel binnen te stappen. Hoe zou onze kamer eruit zien?  Hoe groot is het zwembad? De hotels zijn zonder uitzondering luxueus, ruim en sfeervol, met mozaïeken tegelvloeren, kleurrijke, kussens en kleden, fonteintjes en binnenplaatsjes.  Altijd hangen er heerlijke geuren van bloemige zeep en kruidige wierrook.

In Merzouga logeren we aan de rand van de zandduinen en vanaf het terras kunnen we de zon boven de duinen zien ondergaan.  Maar daar gaan we niet op wachten. We gaan ernaartoe, op een kameel! Het idee is zo aantrekkelijk dat de kinderen zich over hun eerste angst heenzetten en samen met ons zo’n reutelend gevaarte bestijgen. Ze hebben een stuurtje dus dat scheelt. Vanaf ons waggelende uitkijkpunt zien we de maagdelijke zandheuvels van oranje naar dieprood en paars verkleuren. Voor dit moment heeft onze kamelendrijver zelfs aan iets te drinken gedacht en terwijl de zon in de paarse zandduinen verdwijnt nippen wij van onze Arabische cola.

Als we terugkomen bij het hotel blijken de andere kamelendrijvers wakker geworden uit hun ogenschijnlijk permanente  sluimer. Berends ogen worden groot; er wordt gevoetbald! En jawel. Hij mag meedoen.

 

Mama, mag ik meer babyrijst?

Zo zijn er elke dag hoogtepunten. Zelfs het eten bevalt de kinderen wonderlijk goed. Kennelijk maakt de hitte zo hongerig dat ze zonder morren de pittige stoofpotjes en kruidige couscous naar binnen werken. Couscous is door Bente omgedoopt tot babyrijst en ze kan er geen genoeg van krijgen. En vaak is er ook de keus voor friet. Maar dan echte. Vers geschilde piepers in zuivere olie...verrukkelijk. 

 

Wat doen die mensen hier mama?... “Die wonen hier!”

 

Onderweg is er van alles te beleven.

Telkens als we een dorp passeren kijken de kinderen hun –en wij onze- ogen uit. Het ene moment rijd je door de lege woestijn, het andere moment speelt zich achter de autoruit een middeleeuwse film af. In stoffige straten zien we ezels,  etensstalletjes, vrouwen in knalblauwe doeken en sjouwers met handkarren waarop spullen meters hoog liggen opgestapeld. De kinderen snappen niet echt hoe je hier kunt leven. ‘Wat doen die mensen hier mama?’ ‘Die wonen hier..’. ‘Maar waar is de straat dan?’

Zo beleven we elke dag iets anders. In de buurt van Boulmane bezoeken we de Dadeskloof. Zodra je hoger in de bergen komt wordt de omgeving groen en bloemrijk. De roodstenen huizen en groene natuur steken dramatisch af tegen een achtergrond van grijsbruine bergwanden. We wandelen in een droge rivierbedding tussen rotswanden en kijken vanaf een hooggelegen terras uit over de kronkelende wegen en rivier in de diepte. En elke middag gaan we lekker het zwembad in.

 

In Taroudent nemen we een voorproefje met onderhandelen in de souk. Taroudent met z’n calèches (paardenkoetsjes), drukke markten en pleinen wordt ook wel klein Marrakesh genoemd. Natuurlijk zijn Marokkanen felle verkopers en probeert iedereen ons iets aan te smeren, maar als we beslist weigeren dan blijven ze heel aardig. Een hele mooie term die we leren is ‘arroser les yeux’. Je hoeft niet te kopen, zeggen ze, maar je moet je ogen toch water geven?

 

Aan de kust verblijven we in Essaouiera dat zo schilderachtig is als de Zuid-Franse kustplaatsen 100 jaar geleden moeten zijn geweest. ’s Ochtends verdringen mannen zich rond de oude, ijzeren vissersschepen die net zijn binnengekomen. ‘Kijk die jongen mama! Berend ziet hoe een jongetje van maar een paar jaar ouder dan hij op een vissersboot springt en met een snelheid alsof zijn leven er van afhangt visjes tussen de rotzooi op het dek vandaan plukt en in een groezelig plastic zakje gooit. Voor de vissers het in de gaten hebben is hij al weer aan land gesprongen en overhandigt zijn buit aan een nors kijkende man die hem als dank een tikje op zijn hoofd geeft; zijn vader? 

 

Slangenbezweerders, kwakzalvers en verhalenvertellers

Marrakesh is de laatste halteplaats en het hoogtepunt van ons bezoek. Het oude centrum rondom Djeeba al Fna is echt snoepgoed voor de ogen. Op een plein zo groot als twee voetbalvelden verzamelen zich tegen de avond slangenbezweerders, apentemmers, hennaspecialistes en rondreizende kwakzalvers. Als het donker wordt worden eetstalletjes opgezet. Eigenlijk zijn ze zo riant dat je kunt spreken van ‘mobiele restaurants’, waaraan je kunt zitten en kijken hoe de mannen in witte schorten en petten staan te kokerrellen.

Er worden pittige worstjes, frieten en vooral veel slakkensoep geserveerd. Van bergen sinasappels wordt onophoudelijk vers sap gemaakt. Voor 30 cent heb je een reuzenglas vol.

En dat speelt zich dan allemaal voor de souk af, een gigantische doolhof van kleine winkels met de meest uiteenlopende waar, maar ook de gebruikelijke spotgoedkope merkspullen. Hard onderhandelen is wel gewenst en ook daar worden we al snel bedreven in. 

Meerdere keren komen we terug op het plein en telkens zien we wat nieuws. Betoverend, maar ook wel vermoeiend. De laatste dag weten we de verleiding te weerstaan en blijven we lekker in het zwembad. Ook heerlijk, je kunt het hebben hoe je het wilt.