| Ouders vertellen: Marokkaans dagboek |
|
Week 1, meteen gewend in vriendelijk Marokko Op de Marrakesh, het schip dat ons van Zuid-Frankijk naar Tanger heeft gevaren, hebben we al ruimschoots met de Marokkaanse cultuur kennisgemaakt. Vandaar dat we ons Nederlandse wantrouwen hebben laten varen en niet al te lang twijfelen wanneer een Marokkaanse man ons genereus zijn hulp aanbiedt bij het invullen van de noodzakelijke invoerpapieren voor de auto. Binnen een uur heeft hij de ingewikkelde papierwinkel op orde. Nog geen kwartier later staan we op het terras van het appartement van vrienden uit Nederland dat even buiten Tanger ligt. We hebben een schitterend uitzicht op de Spaanse kustlijn. En – een hoogtepunt – we hebben een eigen strandje aan de voet van het appartement. Een paradijsje voor Parel. Samen met papa Bernard doet zij verwoede pogingen om een dam in het water aan te leggen.
Week 2, wakker worden van een ezel De eerste week hier in Tanger lekker bijgekomen aan zee, en nu op weg naar de steden Fès en Meknès. Alle verhalen over de prachtige mozaïeken die we daar zullen aantreffen, hebben ons behoorlijk nieuwsgierig gemaakt. We overbruggen zo’n 350 km waar we een dag over doen. Parel krijgt veel aandacht in de auto – we lezen boekjes, knippen en plakken erop los - zodat het rijden leuk voor haar blijft. Het authentieke leven in de oude binnensteden van deze plaatsen doet denken aan de Middeleeuwen. De kleine straatjes zijn soms zo nauw dat we er met slapende Parel in de buggy nauwelijks doorheen kunnen. De ezel met zijn Coca Cola - vracht die bij het wakker worden voor Parels ogen verschijnt, begroet zij kirrend.
Week 3, ook Parel voelt de vrijheid Met onze landrover rijden we weer zo’n 350 km door het Atlasgebergte richting de woestijn. De oase van Meski waar we stoppen, is een waar rustoord. Er is nauwelijks of geen bedrijvigheid. Afrikanen uit omringende landen die zich hier gehuisvest hebben, zitten loom voor hun winkeltjes. De reis gaat naar een traditionele Marokkaanse Kasba met de prachtige naam Tomboctu. De kasba wordt gerund door Berbers die trots laten weten dat zelfs ‘Hilary Clinton’ bij hen heeft gelogeerd. Het terrein rondom de Kasba is enorm, wat Parel een groot gevoel van vrijheid geeft. Ze kan zonder enig gevaar naar een kudde dromedarissen recht tegenover de kasba lopen. ’s Avonds eten we tagine in het traditioneel ingerichte gastenverblijf. Na het diner maken de Berbers - gekleed in wijde pofbroeken, witte overhemden en tulbanden om het hoofd – swingende muziek. Veel slagwerk afgewisseld door zang en gitaar. Parel danst de beentjes uit haar lijf.
Week 4, levend theater in Marrakesh Op naar Marrakesh, dat vanaf de woestijn zo’n 500 km landinwaarts ligt. Een adembenemende stad. In het centrum een immens plein vol kunstenaars, verhalenvertellers en acrobaten. Er wordt op straat gekookt. Je kunt overal aanschuiven om schelpjes, spiesjes met lamsvlees of vis te eten. Rondom het plein ligt de ‘souk’. Het is er druk. Schreeuwende kooplui prijzen hun waren aan en proberen de aandacht van toeristen te vangen. Vrouwen maken uitnodigende gebaren om je handen met henna te beschilderen. Parel krijgt koekjes toegestopt. Tegen de avond gaat alle bedrijvigheid naar een hoogtepunt. Slangenbezweerders doen hun acts; verhalenvertellers barsten los, en er wordt volop muziek gemaakt. Met paard en wagen laten we ons voldaan naar het comfortabele vlakbij gelegen hotel Akabar vervoeren. De babyfoon bewijst zijn dienst. In alle rust drinken wij nog wat aan de bar van het hotel.
Week 5, ver van de bewoonde wereld We vinden weer rust in Essaouira, een badplaats aan de westkust, 225 km van Marrakesh gelegen. Essaouira is een echte toeristenplaats, kleine straatjes vol gezellige winkeltjes, een groot plein en een beeldschone haven met een enorme visafslag. We vinden een prachtig appartement in de oude binnenstad. De eigenares, een Engelse, houdt op het dakterras kleine poesjes en een jong hondje. Parel is daar niet meer weg te slaan. Het piepkleine hondje draagt een sjaal als halsband. ‘Hondje sjaal aan,’ roept ze steeds. Als we uitgekeken zijn op Essaouira, rijden we naar een strand buiten het stadje. Het wordt een absoluut hoogtepunt. Een weg ‘off the road’ leidt ons steeds verder van de bewoonde wereld. Na een eindeloze kronkelweg over een wegdek vol kuilen en gaten houdt de weg plotsklaps op. Voor ons ligt een prachtige baai. Een soort ‘blue lagoon’. Vijf minuten later genieten we van het koele blauwe water. Fransen hebben aan zee een restaurant op palen gebouwd. De zee buldert eronderdoor. Praten is niet nodig. We worden helemaal ingenomen door de kracht van de natuur. Het eten smaakt voortreffelijk, couscous met kip. Parel krijgt heerlijke vruchten yoghurt toe. Met een rood verbrand gezichtje eet ze het gulzig op.
Week 6, de dromedarissen zijn zoek Aan alles komt een eind. Gedurende de lange reis naar huis hebben we een zee van indrukken te verwerken. De omschakeling voor ons is groot. Parel is dolbij als ze bij thuiskomst al haar speelgoed weer vindt. Ze mist Marokko wel. Dat blijkt als ze de volgende ochtend vraagt: ‘Bernard, waar zijn de dromedarissen?’
Tips van Emmy en Bernard • Neem speeltjes als een ballon, een flesje bellenblaas of een stuiterbal mee om weg te geven aan plaatselijke kinderen. • Het is handig als je Frans spreekt want in Marokko beheerst iedereen de Franse taal. • In Marokko zijn wel papieren luiers te koop, maar doekjes vind je er niet. • Wij vonden een babyfoon een uitkomst. • De kleine pakjes rozijntjes en de verhalen over een wereldreis van verschillende dieren hebben het goed gedaan bij onze dochter. |