| Ouders vertellen: Land van kastelen, rivieren, en héél veel groene campings |
|
“We zijn altijd nieuwsgierig geweest naar de voormalige Oostbloklanden, vandaar dat we Hongarije in 1998 voor het eerst als vakantieland kozen”, vertelt Gemma. “We gaan met onze camper in de zomervakantie altijd zo’n 5 weken op stap en dan kunnen we natuurlijk geen duur land opzoeken. Hongarije is nog steeds heel gunstig geprijsd. Om er te komen overbruggen we in zo’n anderhalve dag de 1200 kilometer van Eindhoven naar Györ in het noordwesten van het land.
Onze eerste vakantie naar het voor ons onbekende Hongarije vond ik erg spannend. We wisten niet wat we konden verwachten en de kinderen, Rianne, Martijn, Robbert en Willem waren nog klein. Ik herinner mij nog goed hoe we op de eerste camping aankwamen. Een beetje afwachtend gingen we naar de eigenaars toe. Gelukkig spraken ze zowel Engels als Duits. Ze bleken heel aardig en behulpzaam te zijn. De camping zag er mooi groen uit en we zochten voor de camper een plekje onder de bomen uit. We waren absoluut niet de enige Nederlanders met kinderen, integendeel. Onze kinderen hadden na een half uurtje al hun eerste vakantievriendjes ontmoet. ’s Avonds schoven we aan in het restaurantje van de camping waar we heerlijk hebben gegeten. We zaten elke avond tot laat buiten.
Een échte middeleeuwse kasteelbestorming! Onze eerste tocht voerde langs de ‘bekende’ gebieden. We bezochten ten noorden van Budapest de ‘Donauknie’, waar de Donau-rivier een scherpe bocht maakt. In Esztergom klommen we helemaal naar boven in de basiliek. Vanaf het hoogste punt heb je een grandioos uitzicht over de Donau-bocht. De stad zelf vonden we gezellig druk. In de straten staan in heldere kleuren geschilderende huizen. De kinderen vonden het heerlijk om in de gezellige toeristenwinkeltjes rond te kijken. Vooral het oude –wel zéér toeristische- stadje Szentendre deed het geweldig bij de kinderen. We maakten verder een boottocht op de Donau. In Visegrad vielen we met onze neus in de boter: het kasteel vormde het middelpunt van een middeleeuws festival. De optredens waren zó spectaculair. Vooral de kinderen keken hun ogen uit toen het kasteel onder luid kabaal en met veel bravoure werd ‘bestormd’.
Een toetje om voor terug te komen: ‘palacsinta’ Ook de hoofdstad Budapest was goed te doen met de kinderen. Het is een enorme stad en we hebben daarom een bustour gemaakt om een indruk te krijgen. De gebouwen hebben de uitstraling van een wereldstad zoals Parijs of Wenen. Bij de oevers van de Donau hebben we in de winkelstraatjes rondgelopen. Hier bezochten we de markthal vol Hongaarse lekkernijen. Er stonden ook veel kraampjes met souvenirs zoals zakjes paprikapoeder en saffraan, poppen in klederdracht en bewerkte houten haarspelden. We merkten dat Budapest en omgeving het duurste gebied van het land is. Als vergelijkingsmiddel nemen we altijd de prijs die plaatselijk voor meloenen wordt gevraagd. Overal langs de weg worden namelijk zalige, rijpe ‘dinnye’ verkocht. Onze nectarines en perziken kochten we op kleine marktjes. Vaak zijn het hele oude vrouwtjes met veel rimpels die de lekkerste zelfverbouwde producten verkopen, zoals pittig smakende paprika’s, tomaten en komkommers. Soms kookten we in de gemeenschappelijke keukens op de campings. Dat is heel gezellig en zo zijn we aan lekkere recepten gekomen. Vaker echter aten we ‘buiten de deur’. Uit eten gaan is zo betaalbaar én goed dat het in onze ogen niet de moeite loonde om zelf aan de slag te gaan. Zeker toen we het toetje palacsinta ontdekten, de gevulde pannenkoekjes met chocoladesaus.
Je eigen warmwaterbron op de camping We konden natuurlijk niet om het Balatonmeer heen. We ontdekten een kleine camping op de zuidoever. Martijn had helaas een oorontsteking opgelopen. Hij kon niet meedoen toen zijn zus en broers een waterfiets met een glijbaan achterop huurden. Ze hadden de grootste lol met elkaar. Onze kinderen konden toen al goed zwemmen, maar ook met kleine kinderen is het een ideaal meer. De oevers zijn over een grote afstand ondiep en kinderen kunnen er zorgeloos spelen. Hongarije is echt een waterland. Behalve het Balatonmeer zijn er veel rivieren en meren. Heel bijzonder zijn de honderden thermale bronnen. Vaak heeft een camping zijn eigen bron. Of het thermale water door de warmte en het hoge gehalte aan mineralen geschikt is voor (jonge) kinderen staat op bordjes aangegeven.
Tijdens onze eerste vakantie viel het ons op dat in Hongarije een sfeer heerst die wij kennen uit de jaren zestig. Mensen werken hard en ze hebben niet veel geld maar ze lijken wel tevreden met hun bestaan. De mensen vinden wij heel vriendelijk en behulpzaam, vooral als je een paar woorden Hongaars probeert te spreken. De campings die we bezochten zijn over het algemeen kleinschalig van opzet. We houden van een gemoedelijke sfeer. Het betekende wel dat er geen animatieprogramma’s of uitgebreide speelvoorzieningen waren. Maar onze kinderen misten het niet. Zij vermaakten zich prima met elkaar of met andere kinderen. Zij hebben daar - letterlijk en figuurlijk - ook alle ruimte voor op de meeste campings. Wij vinden het er heerlijk rustig en er is zoveel ruimte. Dat merkten we vooral tijdens het reizen op de binnenwegen. Voor ons en de kinderen is Hongarije sinds ons eerste bezoek steevast hét vakantieland geworden.” |