Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Met de fietskar door Denemarken

Met de fietskar door Denemarken

“Het begon al zo leuk met de slaaptrein”, vertelt Frederique enthousiast. Zeven uur ‘s avonds stapten ze in Amsterdam op de trein om de volgende ochtend om tien uur uitgeslapen in Kopenhagen aan te komen. “Het boemelen van de trein zorgde ervoor dat de kinderen als marmotten in slaap vielen. Zelfs het bonken op de deuren ’s nachts door de Deense douane kreeg hen niet wakker. We hadden een slaapcoupé voor vier personen en dat was heerlijk relaxed reizen. ‘s Nachts keken we af en toe tussen de gordijntjes door waar we zaten; spannend!
 

Keten in de fietskar

Het was grappig om in Kopenhagen aan te komen met onze eigen fietsen. Even de kaart erbij en op pad. Kopenhagen is een echte fietsstad, net als Amsterdam. Overal zijn goede fietspaden. We hadden een hotel geboekt voor de eerste nacht. Vroeger zochten we altijd heel lang naar het leukste plekje. Maar met de kinderen erbij is de behoefte om in een trendy hotel op een hotspot te zitten minder.

We begonnen onze fietstocht in Middelfart op het eiland Funen en fietsten daar de kustroute naar Faaborg met steeds uitzicht op de zee. Wieger en Friso vonden het heel leuk om samen in de fietswagen te zitten. Geregeld werd er ‘gekeet’. Dan trappelden ze met hun voeten en lachten heel hard om elkaar. Friso lag in een soort hangmatje, waarin hij ook heerlijk in slaap kon vallen. Wieger had een eigen tasje met speelgoed en spulletjes en ook hij viel soms even in slaap. Funen is glooiend en heel groen met veel bloemen. En dan steeds dat waanzinnige weer, heerlijk!. In ons boekje, Baltic Sea Cycle Routes stonden alle fietsroutes. Maar ook op de weg zelf zijn de routes heel goed aangegeven. We hadden al snel door dat er in de dorpjes niet zoals in Nederland overal een winkel of cafeetje is waar je wat zou kunnen eten. Daarom hadden we altijd genoeg te eten en drinken voor onderweg bij ons. En een kleedje. We namen echt de tijd en Wieger en Friso genoten daar enorm van. En wij ook.

alt

Papa nog een keer haaltje tellen!

Meestal fietsten we zo’n vijftig kilometer per dag. Dat is misschien drie à vier uur fietsen, maar met alle stops waren we toch altijd wel zo’n zes tot zeven uur onderweg. Hugo is een goede verhalen verteller. Wieger luistert graag naar hem. Al trappend op de pedalen verzon hij ook nog van alles over kastelen en ridders. ‘Hugo, nog een keer tellen!’, hoorden we dan uit de fietskar. We stopten onderweg bij water om steentjes te gooien of bij een speeltuintje. Als we iets bijzonders zagen zoals een grote graafmachine, reden we er even naartoe zodat Wieger die van dichtbij kon bekijken. Er diende zich onderweg altijd wel iets leuks aan. Als Wieger vanuit de kar riep dat hij wilde stoppen, of onder een poort door wilde rijden, dan lasten we nog een extra stop of omrit in. We reisden op de bonnefooi. In het boekje met de fietsroutes staan ook hotels en Bed & Breakfasts. “Ik wil in een heel goed hotel”, zei Wieger een keer. De Bed & Breakfast waar we vervolgens heen gingen, was niet bijzonder. Maar Wieger sliep op een matras op de grond, wat hij fantastisch vond en er was een hele lange trap die ook buitengewoon goed scoorde bij hem.


Geitjes zijn veel leuker

Op Lolland zijn we door safaripark Knuthenborg bij Bandholm gefietst waar ook tijgers, leeuwen en neushoorns te zien waren. Leuk voor de kinderen, dachten we. Dat was ook wel zo, maar de geitjes bij de kinderboerderij vonden ze eigenlijk veel leuker. Daar konden ze heel dichtbij komen. Het is me deze vakantie opgevallen hoeveel simpele en kleine dingen eigenlijk leuk zijn voor de kinderen. De Denen zijn erg op kinderen ingesteld, waardoor we ons overal heel welkom voelden. Zo vind je op de gekste plekken Stokke kinderstoelen, wat natuurlijk erg handig is. In de treinen zijn er speciale familiecoupés, het tegenovergestelde van onze stiltecoupé, en om zes uur ’s avonds kun je gewoon in een restaurant eten. In ons hotel in Faaborg kregen de kinderen van de eigenaar geld om verderop een ijsje te gaan kopen. Maar misschien kwam het ook door onze fietsen. Als je met de fiets reist, lijken mensen te denken dat je armlastig bent. We werden van alle kanten verwend deze vakantie!”