Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Samen zeilen in Nederland

Vanaf het moment dat we weten met welk schip we gaan varen, begint voor ons de vakantie. We buigen ons over het plaatje van de Pelikaan, een Friese tjalk van maar liefst twintig meter lang, en bestuderen de plattegrond. De grootste zorg van Frieda is of er wel WC’tjes aan boord zijn. We tellen er twee. Gerustgesteld vertrekken we op een half bewolkte dag in juli naar Enkhuizen. Het avontuur begint meteen. We moeten over een smalle loopplank aan boord. De kinderen zetten hun tassen op een bed en gaan het schip verkennen. Wat is het groot! We zeilen samen met Matthias (6), zijn oma, maat Janneke en schipper Reinhold. Als iedereen zit, gooien Janneke en Reinhold al snel de trossen los. Een beetje onwennig laten we alles over ons heen komen.
 

Kamperen op het water

De eerste dag steken we het IJsselmeer over naar Lemmer. Terwijl wij gedwongen niets doen,  vinden de kinderen al snel een eigen ritme. Ze moeten nog wel wennen aan het zwemvest, maar houden dit braaf aan. Ze amuseren zich met het oprollen van de touwen, krijgen van Reinhold les in het maken van knopen, tekenen of kijken naar passerende schepen. Ze komen pas in actie wanneer we dicht bij de haven zijn. Ze draaien op aanwijzingen van Reinhold het zwaard omhoog en helpen met het ophangen van de fenders. Vooral Noortje leert het maken van de speciale knopen zo snel dat ze ons regelmatig corrigeert. De enorme rubberen ballen dienen als stootkussen tussen het schip en de kade. We moeten ze voor het aanleggen strategisch vastknopen en vlak na het vertrek weer verwijderen. De grootste verrassing is elke keer weer welke haven we aandoen. De eerste dag liggen we in Lemmer langs een ander schip. Wanneer we van boord willen, moeten we over het dek van dit schip lopen. Een hele ervaring voor de kinderen die dat het liefst een aantal keren achter elkaar doen. Wanneer de jongeren van het buurschip na het eten hun gitaar pakken, krijgen we het idee dat we kamperen op het water. De kinderen komen nog een paar keer uit hun stapelbed om te kijken, maar gaan uiteindelijk toch slapen. Ondertussen zien wij de zon langzaam achter de dijk wegzakken en genieten van een warme zomeravond. De volgende ochtend ontdekken de kinderen dat er nog een boot is bijgekomen. De pelikaan ligt nu ingeklemd tussen twee enorme gevaartes. Sommige jongeren liggen tot verbazing van Noortje en Frieda nog in een slaapzak op dek te slapen. ‘Kunnen we wel vertrekken’, vragen ze zich af. Dat probleem wordt snel opgelost en we varen de tweede dag richting Stavoren om de derde dag via de sluis de oversteek van het IJsselmeer naar de Waddenzee te maken.

 

“Mama. Wij hebben het grootste huis aan boord!”

Na twee warme dagen moeten we de derde dag een regenjas aantrekken. De Waddenzee is veel ruwer dan het IJsselmeer. Het geluk is dat we de wind mee hebben. Door de golven hangt het schip op één oor. Reinhold waarschuwt dat iedereen alleen aan de hoge kant mag lopen. De schilderijtjes in de kajuit hangen scheef. Janneke vertelt dat zij wel eens heeft meegemaakt dat de schilderijtjes nog schever hingen. Haar verhalen over het varen horen de kinderen graag. Ze zijn alledrie al op bezoek geweest in haar ‘huisje’ helemaal vooraan in het schip. Reinhold heeft een huis onder de roef en Frieda komt tot de conclusie dat wij het grootste huis aan boord hebben.

Door de wind in de zeilen zijn we vroeg op Texel. We huren drie fietsen en zijn nog net op tijd om de zeehondjes bij Ecomare te zien. Wanneer een grotere zeehond op de kant gaat liggen en zich laat aaien, willen de kinderen het liefst nog uren blijven, maar Ecomare gaat sluiten. Elke dag is voor de kinderen een belevenis. Neem alleen al het rustig wachten in de sluis. De kinderen zien de huizen op de kant langzaam verdwijnen. Vaak is er zoveel te zien op het water dat ze niet eens alles meekrijgen. De vierde avond wacht hen in Medemblik een nieuwe verrassing. Daar is het kermis. Na een pannenkoekenmaaltijd maken ze nog even een ritje in de draaimolen en keren we terug naar ‘onze’ Pelikaan. De kinderen zijn inmiddels zo gewend aan het schip dat ze het haast als hun eigendom gaan beschouwen.

 

Twee minuten kapitein

Frieda knijpt haar ogen tot spleetjes terwijl ze in de verte tuurt. Haar handen liggen losjes op het roer. Schipper Reinold zit naast haar op de roef. Op zijn aanwijzingen draait ze het roer moeiteloos een slag naar links of naar rechts. Even is Frieda ‘kapitein’ van een twintig meter lang schip. Een hele belevenis wanneer je vijf jaar bent. Frieda bestuurt de Pelikaan echter of ze dit dagelijks doet. Op de laatste dag aan boord draait Reinhold, in een kleine baai, het anker naar beneden. Janneke maakt een trapje aan de reling vast en Noortje en Frieda mogen vanaf het schip gaan zwemmen. Ze gieren het uit wanneer ze in het koude water rondspartelen. Het is helemaal een avontuur omdat ze hun zwemvestjes aan mogen houden en in een reddingsband zwemmen die met een touw aan de boot vastzit.

 

Eén van die momenten die helemaal horen bij een gezinszeilvakantie in Nederland. Voor ons en voor de kinderen een intensieve kennismaking met het leven aan boord. We kunnen zeilen ophijsen, weten dat om de fok een rokje hoort en voelen ons na zoveel buitenlucht echte zeebonken. Wanneer we na vijf

dagen weer in ons eigen bed liggen, schommelen we nog na en op de WC lijkt het alsof de deur beweegt. Een gevoel dat nog enkele dagen blijft. Dan veranderen we langzaam weer in landrotten, maar de kaart met daarop de foto van de Pelikaan krijgt een ereplaats in huis. 

Praktische informatie

Voor de vijf- en zevendaagse gezinszeilvakanties van de Zeilvaart worden speciale kinderveilige schepen ingezet met hoge relingen. De reis is gebaseerd op volpension en de schipper en de maat verzorgen alle maaltijden en hapjes en drankjes voor tussendoor. Ze houden daarbij rekening met eventuele dieetwensen. Het vaarschema wordt in overleg met de schipper vastgesteld.