Samen Op Vakantie
Ouders vertellen: Jeugdherberg op Terschelling

Het schemert al een beetje als we richting jeugdherberg fietsen. We zijn zojuist met de boot aangekomen. De verhuurder van de fietsen brengt onze bagage naar de jeugd­herberg en wij fietsen met rechts de zee en links de duinen. De Herberg Terschelling ligt in de duinen. We zijn nog net op tijd voor het avondeten en schuiven aan in de grote zaal vol families met kinderen. Na het eten zijn er kinderactiveiten.  Op een groot heuvelachtig veld achter het huis wordt gerend en gespeeld tot de zon onder is.



Met de boot naar de zeehonden

De kamer heeft stapelbedden en natuurlijk willen Max en Sara alle twee in het bovenste bed liggen. Max wil de gordijnen open houden. Hij kan vanuit zijn hoge bed de duinen, de zee en de vuurtoren De Brandaris zien. Dromerig ligt hij naar de weidse schemerige wereld daarbuiten te kijken en valt zo in slaap. “Zo wil ik altijd wel in slaap vallen”, zegt Max de volgende dag.  Aan het ontbijt maken we kennis met Lucy die met haar drie kinderen Jasmijn, Fouad en  Isa voor een weekje hier is. Ze gaan vandaag een fietstocht maken. Echt strandweer is het niet en omdat we ons ingesteld hadden op zwemmen gaan we een uurtje naar het zwembad.

In de Sjouw, het toeristisch informatieblad, lees ik over zeehondentochten per boot over het wad. Er is nog plaats op de IJmond vanmiddag. Kapitein Rinus staat ons al op te wachten als we net op het nippertje aan komen fietsen. Je kunt binnen in de kajuit zitten of op het dek uitwaaien. Er hangen verrekijkers klaar voor wie maar wil, leuk speelgoed voor de kleine kinderen die met hun moeders lekker in  de kajuit zitten. Maar de houten stuurhut van de kapitein heeft het meest bekijks. Rinus vertelt: hoe het eigenlijk komt dat de golven soms zo hoog zijn en waar de plekken zijn die in het kinderavonturenboek van kapitein Rob voorkomen. “Waarom stuurt hij niet mama?”, vraagt Max. ’t Is waar. Rinus heeft monitors met zeereliëf en zeekaarten voor zich en een prachtig houten stuurwiel, maar het stuur blijft onberoerd. Sturen gaat automatisch.

Én Rinus ziet de zeehonden! Ineens liggen ze daar bij bosjes op het drooggevallen zand. Als een hoop natte dropjes tegen  elkaar aangeplakt. Twee zeehonden duiken ineens in zee en komen vlak naast de boot weer boven. De kinderen gillen van de pret.

Na ruim een uur zijn we weer terug. Net lang genoeg. We hebben met Lucy en de kinderen bij strandpaviljoen  De Walvisch afgesproken. Weer of geen weer, in De Walvisch is het altijd druk. Een schitterend grand café vol hout, ruimte, spiegels en kunst. De hoge ramen zijn gevuld met zand en zee. Wij zitten op de veranda. Rug tegen de houten voorgevel, gezicht naar de zon en het drooggevallen wad dat glinstert in het felle namiddaglicht. Honden en wandelaars vormen zwarte papierknipsels tegen de zilveren schittering. We fietsen terug langs duin­meertjes en over bospaadjes die ons weer vlak voor de herberg afzetten. Met zoveel kinderen bij elkaar wordt er helemaal niet gemopperd over veel fietsen.

Paradijsje in de duinen

De laatste dag gaan we zwemmen bij het Meertje van Ree. Een peuter- en kleuter­paradijsje midden in de duinen. Het water van het meertje is zoet en warmer dan het zeewater. Aan de rand is het water over een lang stuk ondiep. Voor we terug naar de jeugdherberg gaan bezoeken we nog even het wrakkenmuseum. Je betaalt er naar je eigen  lengte. Tot 1 meter is het gratis, van 1 tot 1,40 meter is het e 0,50 en daarboven e 1,-. Het is een schemerig houten huis tot nok toe gevuld met gejutte spullen. De kinderen vinden die oude duikerspakken met koperen helmen reuze spannend. Alles is uit de zee. Zelfs de vitrines zijn ramen van schepen en de  trapleuningen zijn roeispanen. Jutten was ooit een inkomstenbron voor veel Terschellingers en is nog steeds een grote hobby. Als er weer eens een radiobericht is van een over boord geslagen lading dan staat het strand meteen vol met 4-wheel. Én je bent gek als je je tuinhek van nieuw hout maakt. Juthout is er prachtig voor.     

Nog een keer fietsen we terug door de duinen. Tussen honderden tinten groen, zoete duingeuren in onze neus, fietsen we de jagende wolken achterna. Willen we eigenlijk nog wel terug naar het ‘vasteland’?