| Ouders vertellen: Herfstwandelvierdaagse in Limburg |
|
Startpunt is Schin op Geul. We gaan vandaag 17 kilometer lopen, naar St.Geertruidenberg. Van tevoren heb ik overnachtingen via de VVV geboekt. In onze rambler is de bagage gepakt en de kinderen huppelen erom heen. Het eerste stuk gaat langs een drukke weg. Eenmaal over het riviertje Geul, nemen we een rustiger pad de heuvels in. De weg omhoog is pittig. Kim, Inte en Jens klimmen op de kar en Gerjan en ik duwen en trekken de boel omhoog. Het uitzicht vanaf de berg is prachtig. De kinderen rennen al weer naar beneden, op zoek naar de wit-rode strepen die de route markeren. We moeten nu steil naar beneden. Niemand denkt er nog aan om in de kar te zitten. Aan het einde van de weg is een schaapskooi. De boswachter vindt het geen probleem dat we wat blijven en erwtensoep opwarmen. Dan gaan we verder, de kinderen zijn weer vol energie: ze rennen dijken af, klimmen in bomen, springen over slootjes, trekken de kar of ‘lezen’ de kaart. Er is altijd wat te beleven onderweg. Zolang je het looptempo aanpast aan dat van de kinderen, gaat het goed. En als ze moe zijn klimmen ze op de kar. Per dag lopen we zo’n tien tot vijftien kilometer. Je kunt natuurlijk wel meer kilometers lopen, maar zo houden we speling voor als het even tegen zit.
Ik ben vandaag stuurkind!
Limburgse draaihekjes De weg gaat dwars door de heuvels. Inte ziet de bochten voor ons, grijpt haar kans en laat haar stuurmanskunsten zien. Behendig stuurt ze de kar. Wij blijven erbij om een handje te helpen. Iets verder richting Scheulder komen we de eerste bekende Limburgse draaihekjes tegen. We tillen de kar erover. Jens en Kim zitten al in een klimboom. Scheulder is een vriendelijk dorpje. In de enige kroeg die het dorp rijk is, drinken we warme chocolademelk. De kinderen dollen nog even in de speeltuin en dan lopen we over het fietspad naar Margraten. Wat is het toch heerlijk om te lopen. Stap voor stap laten we de drukte van de laatste weken van ons afglijden. Van tijd tot tijd springt een kind op de kar, is er weer een ander ‘stuurkind’ of ze zitten er met z’n allen op en zingen. Het pension waar we de eerste dag logeren is eenvoudig. De eigenaren zijn lieve oude mensen en we voelen ons meteen thuis. Vakwerkhuizen Na een goede nachtrust en een heerlijk ontbijt trekken we onze regenpakken aan. Het ziet er niet uit dat het vandaag nog droog wordt. Het plan is om het ‘Madurodam van Limburg’ in St. Geertruid te bezoeken. De kinderen voegen het begrip vakwerkhuizen aan hun vocabulaire toe en de rest van de dag horen wij regelmatig: ‘Kijk’ns, weer een vakwerkhuis’. Aan de rand van Noorbeek passeren we een grote speeltuin, die we niet onbenut laten. Het pad via de Kwaklaag is heerlijk met mooie vergezichten. Kim en Inte spelen tikkertje en Jens zit prinsheerlijk op de kar. In een prachtige namiddagzon lopen we de laatste kilometers, wetende dat in Slenaken een bed en eten op ons wacht. Het wordt een gezellige avond met spelletjes. De volgende dag weer vroeg op pad en ik zie dat Inte moe is. Ongeacht hoe laat ze naar bed gaat, ’s morgens om halfzeven is ze wakker. Ze klimt op de kar en valt in slaap. De route gaat over de kam van het ‘Groote Bosch’ boven het Gulpdal. Kim en Jens lopen als kievieten. Ze hebben een spel verzonnen. Vandaag zijn de regels dat ze niet in de plassen mogen stappen, heel anders dan gisteren toen moesten ze er juist in stappen. Drie kwartier en vier kilometer verder, aan de rand van het dorpje Pesaken, wordt Inte wakker. Niet lang erna duiken we in het subtropisch zwemparadijs van Slenaken. Het laatste stuk naar Gulpen slenteren we op zoek naar ons appartement met televisie en Sesamstraat. Wie doet ons nog wat?
Wandelpaden Gerjan, Marianne en hun kinderen hebben al heel wat voettochten in Nederland gemaakt. Zoals van Winschoten naar Sellingen (tweeënhalve/drie dagen) en van Arnhem naar Zutphen (twee dagen). Een mooie wandeling is ook van Hunehuis (Havelte) naar Appelscha (twee dagen). Op de wandelpaden van het Wandel-platform-LAW is onderweg veel te zien.
|